Laatste Nieuws:
ERIH Annual Conference 2012 - Call for papers now open
This year´s Annual conference will take place from 12 to 14 September 2012 in Amsterdam
Save the date - ERIH Annual Conference 2012
The ERIH Conference 2012 will take place from 12 to 14 September in Amsterdam / Netherlands.
Jaarlijkse ERIH conferentie "Industrieel Erfgoed & Web 2.0" - Registratie is nu geopend
De inschrijving voor de jaarlijkse ERIH conferentie, die plaatsvindt van 28-30 september 2011 in...
Industrial Powerhouse - Regionale route Noordwest-Engeland
Het noordwesten van Engeland geldt als de bakermat van de industriële revolutie en heeft op doorslaggevende wijze zijn stempel gedrukt op de wereld, zoals we die nu kennen. Kanalen, katoen, steenkool, stoomkracht, treinen, zijde, het maken van hoeden en andere verworvenheden vormden de basis waarop de industriepioniers van de regio de contouren van onze huidige maatschappij lieten ontstaan. Deze rijke en fascinerende geschiedenis is het thema van honderden musea en attractieve sites.
Katoen was de katalysator van de industriële revolutie. Fabrieken in Lancashire leverden aan de handelsmarkten van Manchester (dat de bijnaam ‘Cottonopolis’ had doordat het een tijdlang 80 procent van de wereldmarkt voor katoenproducten beheerste). De reusachtige dokwerken van Liverpool stuurden enorme massa’s goederen naar alle windstreken. Daaraan herinnert het Merseyside Maritime Museum in het Albert-dok (tegenwoordig werelderfgoed van de UNESCO) in Liverpool. Bovendien verenigt de regionale route nog veel meer opmerkelijke musea en fabrieken in het noordwesten van Engeland.
De verschillende industrieën van de regio leidden tot het ontstaan van een compleet nieuw systeem voor het transport van goederen, steenkool en grondstoffen. Tussen Liverpool en Manchester ontstond ’s werelds eerste spoorwegverbinding tussen twee steden. Kunstmatige waterwegen, zoals het Bridgewater-kanaal of het Leeds-Liverpool-kanaal, droegen op hun beurt bij aan een nieuw soort verkeersnet. Hoe snel deze ontwikkeling verliep, blijkt wel uit een notitie van de publicist Edward Baines uit het jaar 1835. Daarin staat dat het in Groot-Brittannië geproduceerde garen precies 203.775 keer de evenaar rond zou kunnen worden gespannen. Op dat tijdstip waren de beginjaren van de katoenindustrie pas 50 jaar voorbij. Hoe was dat mogelijk? Baines schreef deze verdienste toe aan ‘het genie van enkele werktuigkundigen’.
De vooruitgang viel inderdaad niet meer te stoppen. De spinnerijen van Richard Arkwright (ook wel ‘de vader van het fabriekssysteem’ genoemd) breidden zich ondanks de gewelddadige protesten van spinners en wevers in Lancashire uit. Samuel Crompton ontwikkelde de fijnspinmachine (‘spinning mule’) op een moment dat meerdere fabrieken in de omgeving door rellen in vlammen opgingen. Het tijdperk van de stoommachines luidde het volgende ontwikkelingsstadium in. De laatste in Europa bewaard gebleven textielfabriek die met stoomkracht wordt aangedreven, is het Queen Street Textile Mill Museum in Burnley. De 500 pk sterke stoommachine drijft een weverij met 300 ratelende Lancashire-weefgetouwen aan.
Het spectrum van de regionale industriecultuur loopt van de mijnbouw tot de hoedenproductie. Daaronder bevinden zich unieke sites. Zo was de scheepslift van Anderton, Cheshire, de eerste in zijn soort. Het Museum voor Wetenschap en Industrie (Museum for Science and Industry) resideert in een van ’s werelds oudste nog bewaard gebleven stationsgebouwen. Het zoutwerk Lion Salt Works en het Zoutmuseum in Northwich herinneren aan de voormalige ‘wereldhoofdstad van het zout’.
Gelet op de enorme industriële veranderingen is het niet verwonderlijk dat de regio steeds weer het toneel voor radicale en revolutionaire bewegingen vormde. Ook dat is een thema van de regionale route. Deze leidt naar de oorsprong van de coöperatiegedachte en vertelt het verhaal van vakbonden, de chartisten (aanhangers van het chartisme, een politieke hervormingsbeweging in de 19e eeuw in Groot-Brittannië), de strijd voor de rechten van de vrouw, ‘machinestormers’ en het beruchte bloedbad van Peterloo.





