Regionale route The Industrious East

Vanaf het moment dat u Oost-Engeland binnenrijdt, zult u onder de indruk raken van de veelzijdigheid en kalme schoonheid. De industriële revolutie bereikte het oosten van Engeland pas laat. Echter, net als een slapende reus, was deze regio langzaam ontwaakt en begon de groeiende industriële bevolking van Groot-Brittannië te voorzien van essentiële producten, zoals levensmiddelen. Behalve aan hout was er echter een gebrek aan brandstoffen, net als aan de meeste andere grondstoffen. Dit betekende dat de industrie zich slechts geleidelijk kon ontwikkelen als reactie op de behoeften van de landbouw, de handel en de bouw.

Het ‘Industriële Oosten’ (Industrious East), de regionale route Oost-Engeland, stelt wat betreft het industrieel erfgoed de mensen centraal. De route prijst de hardwerkende mensen uit deze streek, hun successen en prestaties. Of het nu gaat om ingenieurs en vernieuwers of om arbeiders en hun eeuwen van inspanningen en gezwoeg, de regionale route wekt hen tot leven. De sites van de route zijn niet alleen prachtige monumenten of musea, het zijn ook bronnen van herinneringen van de mensen zelf. U kunt ervan uitgaan dat uw fantasie zal worden geprikkeld en uw kennis van de industriële geschiedenis zal worden verdiept. Dat er kleinschalige industrieën en vervoersmiddelen bewaard zijn gebleven, betekent dat u echte geluiden, geuren en herinneringen zult tegenkomen.

Tijdens het industriële tijdperk, raakten de arbeiders in de streek verbonden met hun succesvolle bedrijven, zoals Paxmans, Marconi, Norvic en vele andere. De oostelijke graafschappen waren de standplaats van veel internationaal bekende merken die door hun voormalige werknemers nog steeds worden gerespecteerd en bewonderd. Hun producten worden bewaard in veel collecties en musea in de hele regio.

Als de laagst gelegen streek van Engeland beschikt het oosten over een rijke erfenis van water- en windmolens die oorspronkelijk voor de drooglegging, het malen van koren en voor het vollen van stoffen dienden. Later ontstonden er ook papier- en zaagmolens en molens voor het aandrijven van machines in schuren. In de 18e eeuw was elke mogelijke plek voor waterkracht in gebruik. De afwezigheid van natuurlijke krachtbronnen vlakbij de plek waar ze het dringendst nodig waren, had tot gevolg dat men spoedig gebruik zou gaan maken van stoomkracht voor het aandrijven van de molens, brouwerijen, fabrieken en boerderijen.

Het oosten van Engeland was de bakermat van de agrarische revolutie die hier zelfs voor het aanbreken van de industriële revolutie begon. In het begin van de 18e eeuw maakten landeigenaars als Edward Coke uit Holkham kennis met productieve en intensieve landbouwmethoden uit Nederland. Dit hing samen met de groei van de natuurwetenschappelijke kennis. Coke, Townsend en anderen begonnen de nieuwe methoden op pachtboerderijen op hun landgoederen toe te passen. Later, in de Victoriaanse agrarische hoogtijdagen, was er een tweede agrarische revolutie aangezien verplaatsbare machines en later tractoren gebruik maakten van stoomkracht en zo de productiviteit van de landbouw verhoogden. Het belangrijkste koren dat in het oosten werd verbouwd, was gerst. Hiervan werd grotendeels mout gemaakt dat hoofdzakelijk voor het brouwen van bier werd gebruikt. In de oostelijke graafschappen stonden enkele van Engelands grootste mouterijen. De gerstkorrels werden op vloeren uitgespreid om op natuurlijke wijze te ontkiemen en daarna in een oven geroosterd. Voor dit proces was veel ruimte nodig. Men bouwde aan het einde van de 19e eeuw grote mouterijen in Snape in Suffolk, dat nu wereldberoemd is als hoofdkantoor van het concern, net als Mistley in Essex en vele andere locaties aan de oevers van rivieren.

Echter, dit is slechts een gedeelte van het hele verhaal. Komt u naar Oost-Engeland en maakt u kennis met het rijke erfgoed van deze regio. U zult veel te weten komen over de opmerkelijke ondernemers en uitvinders en over de toewijding en steun die zij ervoeren van de gewone arbeiders.

Het Industriële Oosten – een eerbetoon aan de mensen en hun bewaard gebleven industriële erfenis met historische plaatsen in de regio’s.