Laatste Nieuws:
Save the date - ERIH Annual Conference 2012
The ERIH Conference 2012 will take place from 12 to 14 September in Amsterdam / Netherlands.
Jaarlijkse ERIH conferentie "Industrieel Erfgoed & Web 2.0" - Registratie is nu geopend
De inschrijving voor de jaarlijkse ERIH conferentie, die plaatsvindt van 28-30 september 2011 in...
Jaarlijkse Conferentie 2011 "Industrieel Erfgoed & Web 2.0" - 'Call for Papers' geopend
De jaarlijkse ERIH Conferentie zal dit jaar plaatsvinden van 28 to 30 September 2011 in Katowice in...

Saksen-Anhalt. De Midden-Duitse Innovatieregio
Aan het begin van de 20e eeuw promoveert het gebied van de huidige deelstaat Sachsen-Anhalt tot een van de belangrijkste industrieregio’s van Europa. De uitvinding van de kunstmest in Piesteritz, de innovatieve vliegtuigbouw in de Junkers-fabrieken in Dessau en vele andere technologische pioniersprestaties worden spoedig van internationaal belang. Woekerende bruinkoolgroeves en enorme krachtcentrales stillen de energiehonger van de fabrieken en stimuleren vooral het ontstaan van een florerende chemische industrie. De structuurveranderingen na de hereniging maken de ongebreidelde roofbouw op de natuur en het milieu duidelijk en zorgen tegelijkertijd voor een omvattende aanzet tot modernisering. In plaats van grote bedrijven bepalen nu middenstandsondernemingen het beeld. Uit de overgebleven groeves ontstaan nu op veel plaatsen cultuur- en recreatielandschappen.
De basis van de industriële ontwikkelingen vormen vanaf het begin de bodemschatten. De exploitatie daarvan begon op veel plaatsen reeds in de middeleeuwen. Zo begon de kopermijnbouw in de regio Mansfeld meer dan 800 jaar geleden. Hier, op een schacht bij Hettstedt dat vlak bij de Harz ligt, werd in 1785 de eerste Duitse stoommachine ingezet die volgens de Watt-productiemethode was gebouwd. De replica hiervan, getrouw naar het origineel gebouwd, kan tegenwoordig in het barokke ‘Humboldtschlösschen’ in Hettstedt worden bekeken. Hoe zwaar het werk van de kopermijnwerkers in de 19e eeuw was, beleven de bezoekers van de museummijn Röhrigschacht in Wettelrode tijdens een ondergronds reisje op een diepte van bijna 300 meter. En de tocht met de mijntrein van Mansfeld, de oudste smalspoortrein van Duitsland, neemt de reizigers mee naar het verleden, toen er tussen de talloze schachten en smelterijen druk verkeer van goederen en personen heerste.
Ook de zoutwinning uit brijn langs de rivier de Saale vond in het verleden al plaats. Eeuwenlang is het ‘witte goud’ de bron voor rijkdom en macht gebleken. Pas de steenzoutmijnen van de 19e eeuw maakten aan deze betekenis een einde. Bad Dürrenberg hield echter nog tot 1963 vast aan de oude kunst van het zoutzieden. Daar demonstreert het langste samenhangende gradeerwerk van Europa hoe vroeger op grote schaal brijn werd geconcentreerd en gereinigd. Het nabijgelegen Borlach-museum vertelt de geschiedenis en de technische context van de plaatselijke zoutwinning.

Zout is niet het enige ‘witte goud’ van Sachsen-Anhalt. Reeds meer dan 160 jaar geleden ontdekten slimme landbouwers in de streek Magdeburger Börde het zoete potentieel van de suikerbiet. In de tijd daarna groeit de suikerindustrie uit tot een belangrijke motor van de opkomende industrialisering. Een andere motor vormt de machinebouw waarvan Magdeburg het centrum ging vormen. Dat ligt niet in de laatste plaats aan de voor het verkeer gunstige ligging van de huidige hoofdstad van de deelstaat, wat de stad onlangs nog een ultramoderne waterwegenkruising met de langste kanaalbrug van Europa opleverde. Bovendien is de naam techniekmetropool voor Magdeburg terug te leiden tot Otto von Guericke, een politicus en wetenschapper die hier in de 17e eeuw met baanbrekende experimenten de eigenschappen van het vacuüm onderzocht. Het techniekmuseum van Magdeburg laat de etappes van het machinetijdperk de revue passeren en maakt zelf ook deel uit van de geschiedenis ervan. Het is gevestigd in een expositiehal waarin de Magdeburger industrieel Hermann Gruson in 1871 een pantsergieterij oprichtte. Naar deze producten van gehard gietijzer bestond er zowel in de spoorwegbouw als ook bij het Pruisische leger een grote vraag. Ook elders in de regio levert de machinebouw belangrijke innovaties op. Dat blijkt vooral in het techniekmuseum ‘Hugo Junkers’ in Dessau, dat de prestaties van de waarschijnlijk beroemdste Duitse vliegtuigproducent documenteert. In de Junkers-fabrieken in Dessau ontstaat in 1919 ’s werelds eerste vrijdragende, compleet metalen verkeersvliegtuig. Het pronkstuk van het museum is een van de laatste exemplaren van de Junker JU 52, die in de jaren 1930 als passagiersvliegtuig luchtvaartgeschiedenis maakte en van Noorwegen tot Zuid-Amerika werd ingezet.

Rond deze tijd staat het zuidoosten van Sachsen-Anhalt reeds geheel in het teken van de nu alles bepalende chemische industrie. Het wereldbelang ervan baseert op verschillende opmerkelijke ontwikkelingen en technologieën, zoals het eerste Duitse synthetische rubber, een reeks kunststoffen en lichtmetaallegeringen, de kunstvezel perlon en een hogedrukhydreerproces voor ammoniak, dat onder andere als grondstof voor de productie van kunststof wordt gebruikt.
De basis voor de razendsnelle groei van de Midden-Duitse zware chemie zijn de rijke regionale voorraden bruinkool, steenzout en kali. De bruinkool speelt daarbij de rol van goedkope energieleverancier. Doordat de bruinkool echter in vergelijking met steenkool slechts een geringe brandwaarde heeft, is een industrialisatie als bijvoorbeeld in het Ruhr-gebied niet vanaf het begin mogelijk. Eerst nemen vooral de suikerfabrieken hun toevlucht tot de nieuwe energieleverancier. Zij krijgen hun bruinkool van kleine groeves in de buurt en veredelen deze in de fabrieken zelf. Het enige relict van deze vroege fase is de historische brikettenfabriek en het huidige industriemuseum ‘Hermannschacht’ in Zeitz. Het grotendeels origineel bewaard gebleven machinepark van dit museum is een echte technologische rariteit. De fabriek ontstaat in 1889 vlakbij een suikerfabriek. Deze nabijheid van productie en energiebron wordt pas overbodig als het technisch mogelijk is om stroom over grotere afstanden te transporteren. In plaats van de aanvoer van de zware en vieze bruinkool en het ter plekke te stoken ervan, krijgen de bedrijven nu ‘schone’ energie geleverd via stroomkabels.


Begin 20e eeuw vormt de bruinkool de energiebasis voor heel Midden-Duitsland. De overvloedige voorraden aan de noordwestelijke rand van de Dübener Heide veranderen geleidelijk in enorme groeves, centrale krachtcentrales veredelen de minderwaardige bruinkool tot hoogwaardige elektrische energie. In 1915 wordt in Zschornewitz bij Bitterfeld de toentertijd grootste stoomkrachtcentrale ter wereld op het net aangesloten. Verder naar het noorden gaat in 1938 de grote krachtcentrale Vockerode in bedrijf. Beide industriecomplexen werden na de Tweede Wereldoorlog in het kader van herstelbetalingen aan de Sovjet-Unie grotendeels gedemonteerd. Echter, ze werden later door de regering van de DDR weer geactiveerd en uitgebouwd. Ze verzorgen een industrieel centrum waarvan de productiemethodes en de grote bedrijven voor de nationale chemische industrie lange tijd toonaangevend bleven. Het Duitse Chemie-Museum Merseburg maakt dit belang aanschouwelijk, net als het Industrie- en filmmuseum Wolfen waarvan de historische ‘begietingsmachines’ in 1936 de eerste voor de massaproductie geschikte meerlagige kleurenfilms ter wereld produceerden.
In 1939 had bijna een op de vier werknemers in de chemische industrie van Duitsland een baan in de regio tussen Wittenberg en Zeitz. Tegelijkertijd graven tienduizenden mijnwerkers in de groeves naar bruinkool. Om de noodzakelijke woonruimte voor hun medewerkers te creëren besluiten veel ondernemers fabriekswijken te bouwen. Een bijzonder goed bewaard gebleven voorbeeld is de tussen 1916 en 1919 ontstane tuinstad van de voormalige stikstoffabriek (‘Reichsstickstoffwerke’) in Piesterlitz. Ook de sociale woningbouw kreeg nieuwe impulsen, vooral in het interbellum. Tussen 1926 en 1928 bouwt Walter Gropius, directeur van de Hogeschool voor architectuur en toegepaste kunst – Bauhaus Dessau, in opdracht van de opbloeiende industriestad Dessau de modelwijk Törten. De industriële en toch esthetische bouwwijze van deze wijk verraadt de universele eis van het Bauhaus om kunst en techniek met elkaar te verenigen. In kunsthistorisch opzicht markeert deze eis het begin van het klassieke moderne tijdperk.

De razendsnelle ontwikkeling van de afgelopen 100 jaar levert Sachsen-Anhalt niet alleen een rijk en in deze vorm uniek industriecultureel erfgoed op. Ze confronteert de deelstaat ook met een enorme milieuvervuiling waarvan de omvang na de hereniging aan het licht komt. Uiterlijk gezien is dat vooral in de opvolglandschappen van de groeves merkbaar. Juist hier zijn ook de actuele structuurveranderingen het duidelijkst zichtbaar. Een wezenlijke rol speelt daarbij het water dat de overgebleven groeves in steeds attractievere merengebieden verandert. Waar vroeger enorme baggermachines en stortinstallaties miljoenen kubieke meter grond bewogen, ontstaan nu recreatiegebieden en biotopen.
Aanschouwelijk wordt dat vooral door het voorbeeld van de centrale werkplaats Pfännerhall, vroeger een fabriekshal voor het repareren van mijntreinen en nu een historisch industriegebouw dat de geschiedenis en nieuwe oriëntatie van het Geiseltal qua vormgeving, cultureel en wetenschappelijk begeleidt. Ondertussen is men in de voormalige bruinkoolgroeve Goitzsche begonnen met het grootste landschapkunstproject ter wereld. En op een eiland in de reeds volgelopen groeve Golpa-Nord ligt Ferropolis dat intussen in het hele land bekend is. De ‘stad uit ijzer’ heeft veel eigenschappen: museum, industriemonument, staalsculptuur, concertbühne en themapark. Bovendien is Ferropolis een ankerpunt van de Europese Route van het Industrieel Erfgoed (ERIH – European Route of Industrial Heritage) en zodoende tegelijkertijd het uitgangspunt van de Midden-Duitse Innovatieroute. Deze verbindt in totaal 17 industriemonumenten tussen Magdeburg en Zeitz. Samen geven ze een veelzijdig beeld van het industriële verleden van de Sachsen-Anhalt en leveren het bewijs dat uit dit verleden solide perspectieven voor de toekomst kunnen worden ontwikkeld.

