engels  |  duits  |  frans
Lettergrootte
Mijn ERIH-Route bevat 1 document(en) >>

ENERGIE-route Lausitzer Industriecultuur

De streek de Lausitz drijft op een zee van bruinkool. Tientallen jaren lang veranderden groeves, brikettenfabrieken en krachtcentrales het land tussen de rivieren de Elster, de Spree en de Neiße in een centrum van de energie-economie. Bezoekers kwamen hier slechts zelden. Echter, tegenwoordig komen ze in groten getale  - op zoek naar het industriële verleden dat hier op vele plaatsen nog leeft. De ENERGIE-route Lausitzer Industriecultuur, een project van de Internationale Bouwtentoonstelling (IBA – Internationale Bauausstellung) Fürst-Pückler-Land leidt naar voortreffelijke voorbeelden van een 150 jaar oude industriële traditie.

Deze traditie wordt ook duidelijk op plekken waar er op het eerste gezicht niets opvallends te zien valt. De klokkentoren van Pritzen is zo’n plek. Eigenlijk hoorde hij thuis in Wolkenberg, maar daar waar het dorp ooit lag, ligt nu de bruinkoolgroeve Welzow-Süd. Dus werd de klokkentoren door een actie gered en verplaatst naar de plek waar vroeger de dorpskerk van Pritzen stond. Die had op haar beurt een nieuwe plek in Spremberg gekregen. Oorspronkelijk zou ook Pritzen plaats hebben moeten maken voor de bruinkool: grote delen werden verwoest maar een deel is bewaard gebleven – op slechts enkele meters afstand van de afgrond van de voormalige groeve Greifenhain.

Bruinkool geeft, bruinkool neemt – dat zeggen de inwoners van de Lausitz. Zij wonen inderdaad in een letterlijk veelbewogen landschap. Dat is niet altijd zo geweest. 200 jaar geleden speelde de bruinkool bijna geen rol. Slechts een paar, meestal kleine mijnbouwbedrijfjes wonnen de bruinkool, eerst in open groeves en later ondergronds volgens de zogenaamde pijlerbreukwinningsmethode. De bruinkool was voornamelijk bedoeld voor kleine steenfabrieken en stokerijen maar werd in het begin ook bij de wegenbouw en in de landbouw voor het verbeteren van de grondstructuur gebruikt. Het belang van de bruinkool nam toe door de toenemende industrialisatie die in de Lausitz verhoudingsgewijs laat opkwam. Vooral door de zich snel ontwikkelende textielindustrie steeg de behoefte aan energie met grote sprongen. Ook de ovens van de opbloeiende glasindustrie profiteerden van deze brandstof uit de eigen regio.

Rond 1900 hadden de toentertijd gebruikelijke mijnen met tunnels hun grenzen bereikt: zij konden niet meer aan de groeiende behoefte aan bruinkool voldoen. De toekomst lag in handen van de open groeves die in die tijd overal ontstonden. Hun dimensies zijn in de loop van de tijd continu gegroeid. Reeds in 1924 zette men in de groeve ‘Agnes’ bij Plessa de eerste deklaagtransportband ter wereld in. Dit was de definitieve doorbraak voor de moderne bruinkoolwinning in de Lausitz. De ongeëvenaarde grote machines, die steeds een bijzonderheid van de Lausitz en de hele Midden-Duitse mijnbouwstreek bleven, maakten een duidelijke toename van de gewonnen hoeveelheden mogelijk. Er kwam een grote vraag naar bruinkool: voor het op grote schaal opwekken van energie, voor de industrie en de huishoudens en niet in de laatste plaats als grondstof voor de chemische industrie.

Vanaf dat moment veranderde het uiterlijk van de Lausitz radicaal. Tot het midden van de jaren 1990 verwoestten de groeves circa 80.000 hectare – een oppervlakte die ongeveer overeenkomt met de stad Hamburg en directe omgeving. Tegelijkertijd moesten er miljoenen kubieke meters grondwater worden afgepompt om de gedeeltelijk diep onder het aardoppervlak liggende lagen bruinkool te kunnen exploiteren. Het resultaat van deze Herculesopgave: circa 200 miljoen ton ruwbruinkool per jaar.

Achter deze droge getallen gaat de geschiedenis van een hele regio schuil, die zich in duizenden biografieën vol visies en persoonlijke, ook door de staat opgelegde offers weerspiegelt. Alleen al sinds het begin van de jaren 1960 verdwenen er meer dan 80 dorpen en wijken in de hongerige monden van de oprukkende groeves. 26.000 mensen verloren zo hun huis en moesten in plaats daarvan naar een van de nieuwe ‘Plattenbau’-wijken verhuizen. Die waren al vol want de bruinkool had als steunpilaar van de economie van de DDR immers steeds meer arbeidskrachten nodig. Zo groeide bijvoorbeeld het aantal inwoners van Hoyerswerda, de ‘2e socialistische woonstad’, in minder dan 30 jaar tijd van 7.000 tot 77.000. De vaak met elkaar vervlochten industriecomplexen boden inkomens voor velen. Er waren moderne woningen, verbeterde leefomstandigheden en er heerste het gevoel zich in het centrum van de ontwikkeling te bevinden. Dat beloofde nieuwe perspectieven voor een regio die eeuwenlang voornamelijk landbouwgebied was geweest.

In 1957 werd de hele streek rond Cottbus tot ‘energiedistrict’ uitgeroepen. De groevetechnologie aldaar zorgde ervoor – samen met de rokende schoorstenen van de krachtcentrales, cokes- en brikettenfabrieken van de Lausitz – dat de energievoorziening van de DDR betrouwbaar op eigen benen kwam te staan. Ze symboliseert meer dan al het andere de trots op het eigen prestatievermogen. Legendarisch zijn tot op heden de ‘winterslachten’, waarin de mijnwerkers, studenten en de arbeidscollectieven van bedrijven uit de Lausitz maar ook strafgevangenen en soldaten van de NVA (Nationale Volksarmee – het leger van de DDR) samen ploeterden zodat de republiek geen kou hoefde te lijden en het licht niet uitging.

De keerzijde van deze energie-economie tegen elke prijs was een economische en ecologische catastrofe. De ontgoocheling kwam, net als elders ook, met de ‘Wiedervereinigung’. Complete industriecomplexen bleken onder de omstandigheden van de markteconomie niet rendabel te zijn en werden stilgelegd. Dienovereenkomstig dramatisch daalde ook het aantal banen. Veel mensen die tot voor kort nog tot de beroepsbevolking behoorden, kwamen nu in de bijstand terecht. Ook Cottbus en omgeving bleef deze misère niet bespaard: plotseling golden grote delen van het vroegere energiecentrum van de DDR als ecologische probleemzones.

Vandaag de dag zijn er in de Lausitz nog vier groeves actief, de heropening van de vijfde wordt momenteel voorbereid. Bijna alle schoorstenen zijn verdwenen. Dat is goed voor het milieu, maar dreigt delen van het verleden uit te gummen die hun stempel op de mensen en hun regio hebben gedrukt.

Tot dit verleden behoorde van begin af aan de poging om leeg gegraven groeves weer in het natuurlijke landschapsbeeld op te nemen en te gebruiken. Zulke grootschalige veranderingen van het landschap hebben in de Lausitz een beroemde voorvader: in de 19e eeuw liet reeds vorst Hermann Heinrich von Pückler-Muskau voor zijn bekende parken in Muskau en Branitz meren en kanalen graven, heuvels aanleggen en bomen verplanten. Tegenwoordig is hij de naamspatroon van de Internationale Bouwtentoonstelling (IBA – Internationale Bauausstellung) Fürst-Pückler Land. Al vanaf 2000 geeft de IBA actief vorm aan de structurele veranderingen in de Lausitz en zal dit nog tot 2010 doen. Ze stelt het thema ‘landschap’ centraal en wil bergen verzetten en nieuwe meren scheppen. Dit is zeker ook letterlijk bedoeld – momenteel worden de overgebleven gaten van wel 20 voormalige groeves onder water gezet. Over enkele jaren moeten die Europa’s grootste kunstmatige merengebied, Het Lausitzer Seenland, vormen.

Op de voorgrond plaatsen, voor een nieuwe gebruiksmogelijkheid zorgen, ensceneren: dat zijn de middelen waarmee de in totaal 25 IBA-projecten richtinggevende impulsen zetten. Industriegebouwen, grote machines en fabriekswijken moeten op deze manier bewaard blijven en tegelijkertijd als spannende plekken van industriecultuur fit voor de toekomst worden gemaakt. Voor de inwoners van de Lausitz is dat een buitengewone visie. Zij konden zich in het begin niet goed voorstellen dat zoiets als een groeve – het ‘Drecksloch’ zoals ze het noemden – toeristen zou kunnen aanlokken. Het groeiend aantal bezoekers heeft ze allang van het tegendeel overtuigd. Sindsdien maakt hun constructieve inbreng de IBA nog levendiger.

De route

De 2006 in het leven geroepen ‘ENERGIE-route Lausitzer Industriecultuur’ biedt een nieuw toeristisch aanbod. De route verbindt 10 opmerkelijke industriestandplaatsen tot een afwisselende themaroute. Het spectrum loopt uiteen van de ‘liggende Eiffeltoren’, zoals de imposante verplaatsbare transportband F60 in Lichterfeld ook wel wordt genoemd, de opzienbarende biotorens van de voormalige grote cokesfabriek in Lauchhammer en het indrukwekkende Lausitzer Bergbaumuseum (mijnbouwmuseum) in een voormalige brikettenfabriek in Knappenrode tot een van ’s werelds modernste bruinkoolkrachtcentrales in Schwarze Pumpe met de bijbehorende actieve groeve.Het ideale uitgangspunt van de route vormen de IBA-terrassen in Großräschen die als bezoekerscentrum van de Internationale Bouwtentoonstelling alle IBA-projecten voorstellen en de bezoekers met wisselende tentoonstellingen voorbereiden op de geschiedenis en de perspectieven van de mijnbouwstreek de Lausitz.

De ENERGIE-route gaat zowel door het Brandenburgse als het Saksische deel van de Lausitz en dient te worden opgevat als een wezenlijk product van het merk ‘Lausitzer Industriecultuur’. Dit merk wordt door de ‘strategiegroep Lausitz’ ontwikkeld en op de markt gebracht. De strategiegroep bestaat uit de Brandenburgse Toerismebonden resp. de marketingorganisaties Niederlausitz, Elbe-Elster-Land, Spreewald en Cottbus en ook de Saksische Marketingmaatschappij Oberlausitz-Nedersilezië en het regiomanagement Lausitz-Spreewald en Lausitz (Oberlausitz).

Fotogalerij >>

 

International Building Exhibition Fürst-Pückler-Land

De ENERGIE-route Lausitzer Industriecultuur is een project van de Internationale Bouwtentoonstelling (IBA – Internationale Bauausstellung) Fürst-Pückler-Land.
IBA Fürst-Pückler-Land >>