Regionale Route Industriele Valleien

Bergisches Land, Märkisches Sauerland, Siegerland

Het Rijnlandse Schiefergebergte (Rheinisches Schiefergebirge) lijkt helemaal niet op een industriegebied maar toch is het er een. De economische wortels liggen ver in het verleden: vroeger dan elders werd er hier uit bomen houtskool, uit erts ijzer en uit water aandrijfkracht gewonnen. Vindingrijkheid, ambitie, nijverheid en ambachtelijke vaardigheden lieten waterraderen draaien, hoogovens gloeien, pletterijen kloppen, spindels draaien en weefgetouwen klapperen. De route gaat langs een van de oudste industrieregio’s van Duitsland.

De grenzen verlopen letterlijk vloeiend: de Rijn in het westen, de Sieg in het zuiden en de Wupper in het noorden. In het oosten wordt de grens door soortgelijke gebieden gevormd: ‘das märkische Sauerland’ rondom Hagen en Lüdenscheidt en de regio Siegen-Wittgenstein. Aan het eind van de Middeleeuwen zag het er hier overal hetzelfde uit: een gegroefd, gekloofd labyrint van heuvels en dalen, vol beken en rivieren, wild en grotendeels ontoegankelijk. Tot vreugde van de wandelaar. Voor de boeren betekent het echter karige grond.

Het bleef niet zo. In het dal van de Wupper – daar waar het een beetje breder wordt – begonnen de mensen vlasgaren te bleken: eerst als bijverdienste, later professioneel. Het kalkarme water van de Wupper kwam hierbij goed van pas. Ze leerden snel en bereikten een hoge kwaliteit zodat ze er handel mee konden drijven. Al spoedig kochten de handelaren uit het ‘Wuppertal’ onbehandeld garen op en verkochten het als gebleekte waar naar Vlaanderen, Holland, Frankrijk en Engeland. Ververs, wevers en vlechters verwerkten het garen en vergrootten zo de winst. Als gevolg daarvan groeiden de nijvere, nabijgelegen steden Barmen en Elberfeld uit tot textielmetropolen van Europees niveau. De prijs voor deze snelle ontwikkeling: teloorgang van het zelfstandige ambacht, werk in fabrieken, enorme armoede en Manchester-kapitalisme. Zelfs toen gaven de mensen niet op. Ze richtten verenigingen voor zelfhulp op, armen- en ziekenhuizen, coöperaties en politieke organisaties. In 1863 had Barmen de meeste leden van de ‘Allgemeiner Deutscher Arbeiterverein’. Eerder al schreef Friedrich Engels uit Elberfeld, als een van de auteurs, het Communistisch Manifest.

De textielproductie bleef grotendeels tot het dal van de Wupper beperkt en vormt nu een belangrijk thema van de route. Een ander thema: mijnbouw en metaalverwerking – een economische tak die als een rode draad door de regio loopt. Het begon in het Siegerland, dat over de belangrijkste ertsvoorraden van Duitsland beschikt. Een hele hoop kleine mijntjes wonnen hoogwaardig ijzererts en leverden dit aan de plaatselijke ijzersmelterijen die in de 18e eeuw in bijna elk dorp in het Siegerland te vinden waren. Het Sauerland maakte het ruwijzer smeedbaar. Daartoe dienden de smeedhamers die het brosse materiaal door vele gelijkmatige slagen veredelden, hardden en tot gemakkelijk hanteerbare staven vormden. Een gedeelte werd direct ter plekke tot draad getrokken. Het grootste deel belandde in de pletterijen en slijperijen van ‘das Bergische Land’ wat een keur aan producten opleverde. De bekendste voorbeelden: messen en scharen uit Solingen en gereedschap uit Remscheid – al sinds generaties wereldklasse. Rond 1800 werkten er in ‘das Bergische Land’ in de kleine ijzerwaren producerende industrie twee keer zoveel mensen als in de landbouw.

Of het nu textiel of metaal was – ruggengraat van het succes waren de zelfstandige ambachtslieden en thuiswerkers – kleine of zelfs zeer kleine) bedrijfjes waarin vaak het hele gezin meewerkte. Kenmerk: ervaring, kwaliteit en zelfbewustzijn. Bovendien: mobiliteit – geen angst voor grote afstanden, intensieve handel, verkoop binnen en buiten Europa wat voor Solingen en Remscheid het geval was. Niet voor niets begint de globale geschiedenis van de gebroeders Mannesmann in Remscheid en ligt in het nabijgelegen dal van de Wupper de kiem van de internationaal opererende Bayer-fabrieken. Direct ernaast komt de zweeftrein langs – ook een bewijs van mobiliteit: als vaardigheid nieuwe wegen te bewandelen.

Als voorbeeld voor de grote hoeveelheid industriemonumenten in deze regio verbindt de route 20 aantrekkelijke standplaatsen van de industriecultuur. Daartoe behoren musea, ijzersmelterijen, pletterijen, fabriekscomplexen en verkeersbouwwerken. Elk object staat voor een zelfstandig deel van de regionale ontwikkeling in de beginperiode van de industrialisatie. De verbinding van de standplaatsen maakt ook de onderlinge vervlechtingen ervan, ook buiten de regio, duidelijk.

In deze streek zetten zich talrijke actiegroeperingen in voor het behoud en de presentatie van het industrieel erfgoed. Ze hebben netwerken gevormd die op hun websites interessante informatie publiceren.