engels  |  duits  |  frans
Lettergrootte
Mijn ERIH-Route bevat 0 document(en) >>
Europäische Route der Industriekultur ERIH

Kalender

Tall Ships Photography Exhibition | Gloucester, National Waterways Museum and Gloucester Dock
Viel Stoff. Textile Muster und Musterbücher 1900 bis 2000 | Dortmund, LWL Industrial Museum Zollern II/IV Colliery
Da Vinci - The Genius | Manchester, The Museum of Science and Industry in Manchester
Dessous - 150 Jahre Kulturgeschichte der Unterwäsche | Euskirchen, Rhineland Industrial Museum Mueller Cloth Mill
Wege aus der Armut. Baden in der ersten Hälfte des 19. Jahrhunderts | Furtwangen, German Clock Museum | German Clock Route
meer >>

Laatste Nieuws:

17.02.10

Nieuwe Regionale Route in Polen toegevoegd aan het ERIH netwerk

Het Silezische 'Voivodeship' is een nieuwe plek op de Europese Route van het Industrieel Erfgoed.


17.02.10

RUHR.2010 : Europese Culturele Hoofdstad geopend

Het Ruhrgebied is de Europese Culturele Hoofdstad 2010.


17.08.09

ERIH Jaarconferentie 2009 - Definitief programma nu beschikbaar

Industrieel erfgoed deskundigen uit de hele wereld ontmoeten elkaar tijdens de TICCIH Conferentie...


Regionale route Euregio Maas-Rijn

Als een "Europa in het klein" wordt de drielandenregio rondom Luik, Maastricht en Aachen, de Euregio Maas-Rijn, vaak genoemd. Met drie landen, drie talen en vijf regio’s – de Belgen zorgen ook nog voor een Waalse en een Vlaamse provincie evenals een Duitstalige gemeenschap - biedt zij alles wat Europa aan opwindende veelvuldigheid, aan grote mogelijkheden en kleine problemen voorstelt.

Vandaag leven hier 3,7 miljoen mensen, de helft ervan in België, een derde in Duitsland en een vijfde in Nederland. De Euregio bezoeken biedt de mogelijkheid een uitgesproken dicht maaswerk van veelvuldige industriecultuurlandschappen in de kleinste ruimtelijke omgeving te leren kennen, niet het laatst ook verschillende Europese culturen en levensstijlen.

Vandaag nog nauwelijks herkenbaar: deze regio is een van de oudste en meest beduidende centra van voorindustriële nijverheid en van vroege industrialisering in Europa. Kolenmijnen, ertswinning, productie van ijzer- en messingwaren, lakennijverheid, pottenbakkerij; al deze ambachten hadden hier reeds bijna globale dimensies aangenomen vooraleer de industrialisering haar overwinningstocht begonnen had.

Luik gold als de "Smederij van Europa". Scheibler, de lakenfabrikant uit Monschau, voerde reeds in de 18de eeuw wol in uit Spanje en exporteerde de fijnste lakens naar de harems van de Levant. Pottenbakkerswaren uit Langerwehe en Raeren worden nu nog bij opgravingen in gans Europa gevonden.

Vooral de Belgen zaten de technologische ontwikkeling van Groot Brittannië altijd dicht op de hielen. In 1720 werd hier reeds de eerste stoommachine voor de ontwatering van de mijngangen gebouwd. Wallonië beleefde, mede door de uit Engeland geëmigreerde William Cockerill, die in Verviers en later in Luik machinewerkplaatsen oprichtte, een ganse reeks technologische vernieuwingen: de eerste wolspinmachine, het eerste volledig geïntegreerde hoogovenbedrijf, de eerste stoomlocomotief van het continent! Vanuit Luik begonnen al die nieuwe technologieën aan hun overwinningstocht die de wereld een gans ander uitzicht zou geven: vooreerst in de meest nabij gelegen omgeving en later op het gehele continent.

De moderne mechanische spin- en appretuurmachines vervingen in massa’s de handenarbeid. Het is dan ook geen toeval dat in deze streek, in Eupen, een ware stormloop tegen de machines heeft plaats gevonden. Als in het begin van de 19de eeuw de scheermachines in de lakenstad Eupen geleverd werden, sloegen de scheerders, zelfbewuste en goed betaalde handwerkers, de nieuwe machines kapot en gooiden ze in de Gospertbeek. Toch konden ze de loop der tijd niet tegenhouden. Verviers, Eupen, Aachen, Düren en Euskirchen werden vlug belangrijke centra van de lakennijverheid.

In 1830 werkten in Aachen reeds 61 stoommachines. Dat was een vierde van het totale bestand van Pruisen! Als het Roergebied nog een landelijke idyllische streek was, verschafte John Cockerill reeds 2.000 mensen arbeid in een van de modernste smelterijen van zijn tijd. Hieruit ontstond in Seraing het fabriekscomplex Cockerill-Sambre. De streek rond Aachen volgde vlug door de invoer van knowhow, technici, machines en kapitaal. De metaalhoogovens rondom Aachen en in de Noordeifel verloren echter vlug opnieuw aan betekenis in het midden van de 19de eeuw, omdat ettelijke industriëlen, waaronder Hoesch en Thyssen, naar het Roergebied verhuisden ten dele met Belgisch kapitaal en technici. Daar vonden zij nog betere werkomstandigheden!

Ook de steenkolenmijnbouw rondom Luik, in de streek van de Wurm, ten noorden van Aachen, en in Nederlands Limburg bloeide op in het begin van de 19de eeuw. Dank zij de stoommachine was het eindelijk mogelijk ook onder de grondwaterspiegel steenkool te winnen. Een omvangrijke galmeimijnbouw ontwikkelde zich in de streek rond Kelmis, in het geschiedkundig curiosum van een gebied dat niet behoorde tot een nationale staat. Het erts werd daar en ook in Luik en in Stolberg verder tot inproducten verwerkt. Bij Mechernich werkten op het einde van de 19de eeuw meer dan 3000 mijnwerkers in een van de grootste loodertsmijnen van Europa.

Zeer veel jonger is de bruinkooldagbouw die op het einde van de 19de eeuw door technische vernieuwing in een stroomversnelling terecht kwam. Sedert die tijd loonde zich de dagbouw en de verdere verwerking tot briketten. De uitgebreide bruinkooldagbouw voor stroomopwekking – de brikettenproductie speelt ondertussen geen rol meer – laat ook vandaag nog ten noorden van de A4-autobaan tussen Aachen en Köln met zijn gigantische graafmachines ganse landschappen en dorpen verdwijnen. De mensen die hun thuis verliezen worden geëvacueerd, wat natuurlijk hevig protest uitlokt en massieve politieke conflicten.

Steenkolenmijnbouw, staal-, ijzer- en lakenindustrie bleven ook in de 20ste eeuw de bijzonderste hoekstenen van de bedrijfseconomische streek Euregio Maas-Rijn. Deze drie grootste bedrijfstakken maakten echter een zware crisis door in de naoorlogse tijd en spelen nu geen centrale rol meer. Gebleven zijn talrijke musea en monumenten die de herinnering aan de buitengewone industriegeschiedenis van de streek wakker houden. Juist de grenzen hebben voor een groter aantal belangrijke musea gezorgd, daar elke streek zijn geschiedenis van eigen bodem wou voorstellen en bewaren.

De bijzondere prikkel: juist de kleine getuigen van de voor- en vroegindustriële bedrijvigheid, vaak aan beken en rivieren gelegen, bieden een ongewone mengeling: nijverheidsgebied omgeven door groen en water! Maar ook mijnen voor bezoekers, steenhooplandschappen, indrukwekkende nijverheid- en industriearchitectuur en musea met fascinerende tentoonstellingsstukken en draaiende machines wachten op de bezoekers in de drielandenstreek.

Meer dan 30 industriemusea uit vijf regio’s werken sinds 1998 grensoverschrijdend nauw samen in één vereniging. Deze vereniging concipieert ook die regionale ERIH – route. Aangezien in de vorige eeuw de nationale grenzen ook meer en meer als zodanig erkend werden en dus de "mental maps" vastlegden en het ook nu nog doen, is het spijtig genoeg te weinig bekend, over de grenzen heen, welke fascinerende dichtheid en hoge beleveniskwaliteit het industriecultuurlandschap Euregio Maas-Rijn te bieden heeft.