Laatste Nieuws:
ERIH Annual Conference 2013 - Save the date - Call for papers now open
ERIH Annual Conference 2013 – Back in the Ruhr
Subject: “Measuring the benefits of industrial...
Call for papers: Rust, Regeneration and Romance: Iron and Steel Landscapes and Cultures
International Conference Announcement and Call for Papers from the Ironbridge International...
Jaarlijkse ERIH conferentie - Registratie is nu geopend
De ERIH Conferentie 2012 en het 5e HollandRoute Forum vindt plaats van 12 tot 14 September 2012 in...

Over de industriële geschiedenis van Groot-Brittannië
De industriële revolutie, die zoveel rokende schoorstenen en arbeiderswijken, die zwart van het roet waren, naar Europa bracht, begon op de akkers van de Britse boeren. In de 18e eeuw konden zij hun opbrengsten zodanig vergroten, dat de voedselvoorziening voor het land op lange termijn gewaarborgd was en de grondbezitters kapitaal voor nieuwe investeringen over hadden.
Op deze basis ontstond geleidelijk de machinale massaproductie: op de eerste spinmachine, de ‘Spinning Jenny’, draaiden slechts 8 garenspindels, aangedreven door een waterrad. Destijds ontstond in Cromford bij Nottingham de eerste textielfabriek – toen daar 20 jaar later een stoommachine werd opgesteld, zoemden er al gauw tienduizenden spindels op de spinmachines. Het duurde nog eens 20 jaar tot men de garens machinaal verder kon verwerken: in 1806 werd in Manchester de eerste grote machineweverij opgericht – het graafschap Lancashire was op weg een florerend textielgebied te worden. De grondstof, vooral katoen uit India, haalden de fabrikanten via nieuwe kanalen uit de nabijgelegen haven van Liverpool. Daar kwam de scheepsbouw op gang – vooral sinds men op de werven ijzer kon verwerken.
Mogelijk werd de massaproductie van ijzer door de ontdekking van de cokes in 1709 – de tweede oorzaak van de industrialisatie. Voor de winning en verwerking van ijzer stonden toen bijna onuitputtelijke brandstofvoorraden ter beschikking doordat men storende bijproducten bij de verwerking van steenkool tot cokes kon vermijden. Geleidelijk ontstonden er ijzersmelterijen in Midden-Engeland, dat rijk aan kolen was. De doorbraak kwam er echter pas toen een nieuw soort ijzer het brokkelige ruwijzer verving: in 1784 werd de ‘puddeloven’ uitgevonden, waarin men door de gloeiende gesmolten massa te roeren (‘to puddle’) grote hoeveelheden smeedbaar ijzer kon produceren. Hieruit werden buizen en machines gesmeed, ploegen, wapens en nog veel meer: over de rivier Severn in het kolengebied Shropshire werd de eerste ijzeren brug gebouwd, in Liverpool zette men ijzeren schepen op stapel.
Net als de textielfabrieken zouden ook de grote ijzerfabrieken niet zonder de stoommachine zijn ontstaan, de derde oorzaak van het nieuwe tijdperk. De eerste ook in de praktijk bruikbare stoommachines pompten in 1776 het water uit de diepe mijnen in Cornwall. Toen het lukte om de pompbeweging van de zuiger om te zetten in draaibeweging, werd de stoommachine tot universeel aandrijfaggregaat. Men dreef hiermee weefstoelen en spinmachines aan, blies hete lucht in de ijzersmelterij van de hoogoven en wekte aandrijfenergie op voor zagerijen, molens en vele andere fabrieken.
Ten slotte ontstonden, quasi als som van stoomtechniek, ijzerwerking en kolenwinning, de spoorwegen: het eerste traject, geopend in 1825, verbond de kolenmijnen van het graafschap Durham, in het noordoosten van Engeland, met de zee. De immense voordelen voor het goederenvervoer veroorzaakten een ‘spoorwegen-gekte’, wat weer de ijzerproductie stimuleerde, die dan weer de kolenwinning aandreef – het vliegwiel van de industriële productie draaide steeds sneller en vaagde de traditionele leefomstandigheden weg.
