Laatste Nieuws:
15.05.13
ERIH Annual Conference 2013 - Save the date - Call for papers now open
ERIH Annual Conference 2013 – Back in the Ruhr
Subject: “Measuring the benefits of industrial...
21.02.13
Call for papers: Rust, Regeneration and Romance: Iron and Steel Landscapes and Cultures
International Conference Announcement and Call for Papers from the Ironbridge International...
12.06.12
Jaarlijkse ERIH conferentie - Registratie is nu geopend
De ERIH Conferentie 2012 en het 5e HollandRoute Forum vindt plaats van 12 tot 14 September 2012 in...
Mijnbouwmuseum van het Saarland
Niederbexbacher Straße
66450 Bexbach
Saarland
Germany
Tel +49 (0) 06826 - 4887
Website >>
Het object
Wie diep het verleden in wil kijken, moet eerst naar boven. De ingang van de in 1934 in de Hindenburgtoren ingerichte mijnbouwmuseum in Bexbach begint op 40 m hoogte. Vanaf hier heeft men het beste uitzicht op het ‘überschene Saarrevier’ van de Saarpfalz.
De winning van steenkool lokte ook uit Zweibrück afkomstige advocaat en liberaal August Ferdinand Cullmann, lid van het parlement in de Paulskirche in Frankfurt.Sinds 1879 leidde hij de mijn Frankenholz en maakte deze met meer dan 3000 werknemers tot de grootste in het zuidwesten. Pruisen won steenkool in de mijn Wellesweiler en Beieren tot 1936 in de in 1817 geopende staatsmijn Mittelbexbach. In 1954 ging in Bexbach de schachtinstallatie St. Barbara in bedrijf. Hier werd nu ook Frankenholzer steenkool gewonnen. Door de stillegging in 1959 was het voor Frankenholz afgelopen.
Met de mijn Consolidirtes Nordfeld bij Höchen was het sneller afgelopen. Een vennootschap op aandelen maakte zich met de modernste mijnbouwtechniek op voor aandelenzwendel. Een vals expertisebericht beloofde grote kolenvoorraden maar zorgde voor 7,5 miljoen Reichsmark aan schulden. Twee historische wandelwegen leiden naar de overblijfselen van de beide particuliere mijnen. Met de toentertijd langste kabelbaan ter wereld zweefde de Frankenholzer steenkool naar het station van Bexbach. Daarvandaan reed sinds 1849 de eerste trein in de mijnbouwstreek langs de Saar naar Rheinschanze, het huidige Ludwigshafen.
Grote foto’s in het trappenhuis van de Hindenburgtoren herinneren aan de mijn; de keuken en de slaapzaal herinneren in het echt aan het leven van de mijnwerkersgezinnen. De weg naar het was- en kleedlokaal en de lampenkamer biedt informatie over de geologie, de delftechniek en de industriële geschiedenis van de mijnbouw in deze streek. Dan rijdt men een 200 m lange mijngang in: te horen zijn de normale geluiden in de mijn en aanraken is toegestaan. Na deze ‘dienst’ is er indien gewenst een ‘Halbschicht’, een worstje en een broodje, of een ‘Kaffeeblech’, een kopje koffie en een gebakje. Rond het museum is een bloementuin aangelegd. Aan de rand daarvan ligt de Monte Barbara, een voormalige, van groen voorziene afvalberg met op het plateau een standbeeld van Barbara.
De winning van steenkool lokte ook uit Zweibrück afkomstige advocaat en liberaal August Ferdinand Cullmann, lid van het parlement in de Paulskirche in Frankfurt.Sinds 1879 leidde hij de mijn Frankenholz en maakte deze met meer dan 3000 werknemers tot de grootste in het zuidwesten. Pruisen won steenkool in de mijn Wellesweiler en Beieren tot 1936 in de in 1817 geopende staatsmijn Mittelbexbach. In 1954 ging in Bexbach de schachtinstallatie St. Barbara in bedrijf. Hier werd nu ook Frankenholzer steenkool gewonnen. Door de stillegging in 1959 was het voor Frankenholz afgelopen.
Met de mijn Consolidirtes Nordfeld bij Höchen was het sneller afgelopen. Een vennootschap op aandelen maakte zich met de modernste mijnbouwtechniek op voor aandelenzwendel. Een vals expertisebericht beloofde grote kolenvoorraden maar zorgde voor 7,5 miljoen Reichsmark aan schulden. Twee historische wandelwegen leiden naar de overblijfselen van de beide particuliere mijnen. Met de toentertijd langste kabelbaan ter wereld zweefde de Frankenholzer steenkool naar het station van Bexbach. Daarvandaan reed sinds 1849 de eerste trein in de mijnbouwstreek langs de Saar naar Rheinschanze, het huidige Ludwigshafen.
Grote foto’s in het trappenhuis van de Hindenburgtoren herinneren aan de mijn; de keuken en de slaapzaal herinneren in het echt aan het leven van de mijnwerkersgezinnen. De weg naar het was- en kleedlokaal en de lampenkamer biedt informatie over de geologie, de delftechniek en de industriële geschiedenis van de mijnbouw in deze streek. Dan rijdt men een 200 m lange mijngang in: te horen zijn de normale geluiden in de mijn en aanraken is toegestaan. Na deze ‘dienst’ is er indien gewenst een ‘Halbschicht’, een worstje en een broodje, of een ‘Kaffeeblech’, een kopje koffie en een gebakje. Rond het museum is een bloementuin aangelegd. Aan de rand daarvan ligt de Monte Barbara, een voormalige, van groen voorziene afvalberg met op het plateau een standbeeld van Barbara.
