engels  |  duits  |  frans
Lettergrootte
Mijn ERIH-Route bevat 1 document(en) >>

Nordwolle


Nordwestdeutsches Museum für Industriekultur
Am Turbinenhaus 10-12
27749 Delmenhorst
Niedersachsen
Germany
Tel +49 (0) 4221 - 2985820

Website >>

Het object

Twaalf uur werken in benauwde fabriekshallen, daarna een karige maaltijd in de woning van de fabriek, voor het slapen gaan nog een praatje met de buurman over het hek van het moestuintje: zo moet het dagelijks leven in de ‘Norddeutsche Wollkämmerei und Kammgarnspinnerei’ (Noord-Duitse Wolkaarderij en Kamgarenspinnerij) in Delmenhorst er ongeveer hebben uitgezien. Tientallen jaren was het reusachtige industriecomplex – met een oppervlak van 25 hectare een van de grootste in zijn soort in Europa – een eigen wereldje: de wil van de fabrikant was wet, twijn- en spinmachines bepaalden het levensritme. Ondertussen is het kabaal van de fabriek verstomd. Op het braakliggende terrein is een nieuwe stadswijk ontstaan met fabrieksgebouwen, die op de monumentenlijst staan, en moderne woon-, kantoor- en recreatiearchitectuur. In het midden: het fabriekmuseum Nordwolle in de prachtige bakstenen turbinekamer die vroeger als energiecentrale van de fabriek dienst deed. In de hal ernaast zien de bezoekers hoe van de onbewerkte wolvezels garen werd gemaakt en ook zien ze de geschiedenis van de vele mannen en vrouwen die vaak onvoorbereid in het maalwerk van deze enorme fabriekstad geraakten.

De geschiedenis

De inwoners van Delmenhorst noemden hen wolmuizen: de jonge meisjes en vrouwen uit Silezië, Galicië en Bohemen die zo handig de doubleer- en twijnmachines bedienden. Het dagloon was 1,50 mark, hun mannelijke collega’s in de spinnerij verdienden ietsje meer. In 1884 richtte Christian Lahusen, textielfabrikant uit Bremen, de ‘Norddeutsche Wollkämmerei und Kammgarnspinnerei’ in Delmenhorst op. De ‘Nordwolle’, zoals de fabriek al gauw overal werd genoemd, lag vlak aan de spoorlijn naar Bremen waar de wereldwijd opgekochte wol per schip werd aangeleverd. In minder dan twee generaties tijd groeide het familiebedrijf uit tot een concern dat een tijdlang een kwart van de wereldproductie aan ruwgaren produceerde en alleen al in Delmenhorst wel 4500 medewerkers in dienst had. De meesten van hen kwamen uit Oost-Europa. Door deze immigratiegolf werd het aantal inwoners van Delmenhorst tussen 1885 en 1905 verdrievoudigd . De gevolgen waren schrijnende woningsnood en sociale armoede, wat spreekwoordelijk berucht kwam te staan als ‘Delmenhorstse omstandigheden’. Al snel ontstonden er daarom op het terrein van ‘Nordwolle’ steeds verder groeiende arbeiderswijken. De fabriek werd een stad in de stad – met coöperatieve winkel, kantine, badhuis, ziekenhuis, kinderbewaarplaats en bibliotheek. Dat schiep sociale zekerheid maar ook afhankelijkheid van de fabrikant die nu het hele leven van zijn personeel in handen had. In 1931 was het tijdperk Lahusen voorbij: foutief management en de economische wereldcrisis zorgden voor het faillissement van het bedrijf. In kleine vorm kon het daarna tot 1981 nog voortbestaan. Sindsdien hebben de inwoners van Delmenhorst van ‘Nordwolle’ een moderne stadswijk gemaakt – door behoedzaam ander gebruik en stelselmatige verbouwing van de bewaard gebleven industriearchitectuur. Het fabriekmusuem Nordwolle is in 1996 geopend, een jaar later vestigde zich in de voormalige lichtcentrale van het textielbedrijf het gemeentelijk musuem Delmenhorst. De voormalige ‘gesloten’ fabriekstad is tegenwoordig een open wijk waarin ongeveer 4000 mensen wonen en werken.

Openingstijden

Dinsdag t/m vrijdag en zondag 10:00 - 17:00 uur
Maandag en zaterdag gesloten

Service-voorzieningen

aanbevolen verblijfsduur 2 uren Entree tegen betaling Toegang zonder obstakels compleet Gastronomie Café Bezoekerscentrum ja Museumshop ja