Laatste Nieuws:
15.05.13
ERIH Annual Conference 2013 - Save the date - Call for papers now open
ERIH Annual Conference 2013 – Back in the Ruhr
Subject: “Measuring the benefits of industrial...
21.02.13
Call for papers: Rust, Regeneration and Romance: Iron and Steel Landscapes and Cultures
International Conference Announcement and Call for Papers from the Ironbridge International...
12.06.12
Jaarlijkse ERIH conferentie - Registratie is nu geopend
De ERIH Conferentie 2012 en het 5e HollandRoute Forum vindt plaats van 12 tot 14 September 2012 in...
Zoutmuseum
Musée département du Sel
Porte de France
57630 Marsal
France
Tel +33 (0) 387 - 350150
Website >>
Het object
Het bestaan van Marsal baseert op het zout. Het dorp in Saulnois (Duits: Salzgau) langs het riviertje de Seille ontstond op een puinhoop. Immers, circa 1000 jaar v.Chr. stond de uit zoutvijvers gewonnen pekel, ook wel brijn genoemd, in bakken van gebakken klei te drogen. Als de zoutkoek dan klaar was, sloeg men de vorm stuk en gooide de resten op een hoop. Men schat dat er vier miljoen kubieke meter scherven in deze regio in de grond liggen dankzij deze zogenaamde ‘briquetage-techniek’. Tegenwoordig zijn de sporen van de zoutproductie in Marsal uitgewist. Tot op de dag van vandaag waarderen de zoutminnende planten de grond hier terwijl de zoutminnende mensen met het plaatselijke zoutmuseum genoegen nemen.
Zonder zout smaakt alles laf. Ook de machthebbers verlangden naar dit kostbare product. Het is dus niet verwonderlijk dat in het zoutplaatsje Marsal reeds in de 13e eeuw op bevel van de bisschop van Metz zoutwerken en bolwerken stonden. De geestelijken en de adel vochten om het zout. In 1663 begint vestingbouwmeester Vauban in opdracht van de Zonnekoning Lodewijk XIV met zijn werk. Terwijl Moyenvie, Chateau-Salins en Dieuze doorgaan met zout te winnen, verzamelt Marsal sinds 1699 als garnizoensstad met zeven bastions soldaten totdat in 1870 delen van het vestingcomplex worden geslecht.
Het zoutmuseum Marsal combineert militaire en technische geschiedenis. In de ‘Porte de France’, de door Vauban gebouwde stadspoort naast de kazerne, laten een nagebouwde zoutoven en briquetage-stangen zien hoe in keramische bakken zoutkoeken werden gebakken. Hoe men zout won en hoe men het met zoutstrooiers weer verloor – deze weg toon het museum. Wie meer wil weten, moet het pad langs de vestingmuren naar de zoutvijver volgen en ziet zo ook de overblijfselen van de militaire architectuur en van het seminarie Saint-Léger.
Zonder zout smaakt alles laf. Ook de machthebbers verlangden naar dit kostbare product. Het is dus niet verwonderlijk dat in het zoutplaatsje Marsal reeds in de 13e eeuw op bevel van de bisschop van Metz zoutwerken en bolwerken stonden. De geestelijken en de adel vochten om het zout. In 1663 begint vestingbouwmeester Vauban in opdracht van de Zonnekoning Lodewijk XIV met zijn werk. Terwijl Moyenvie, Chateau-Salins en Dieuze doorgaan met zout te winnen, verzamelt Marsal sinds 1699 als garnizoensstad met zeven bastions soldaten totdat in 1870 delen van het vestingcomplex worden geslecht.
Het zoutmuseum Marsal combineert militaire en technische geschiedenis. In de ‘Porte de France’, de door Vauban gebouwde stadspoort naast de kazerne, laten een nagebouwde zoutoven en briquetage-stangen zien hoe in keramische bakken zoutkoeken werden gebakken. Hoe men zout won en hoe men het met zoutstrooiers weer verloor – deze weg toon het museum. Wie meer wil weten, moet het pad langs de vestingmuren naar de zoutvijver volgen en ziet zo ook de overblijfselen van de militaire architectuur en van het seminarie Saint-Léger.
