engels  |  duits  |  frans
Lettergrootte
Mijn ERIH-Route bevat 0 document(en) >>

Museum van de Gueulevallei


Rue Max / Maxstr. 9-11
4720 La Calamine / Kelmis
Belgium
Tel +32 (0) 87 - 657504

Website >>

Het object

Wie in het voorjaar in het heuvelland van Kelmis tijdens een wandeling de ontwakende natuur geniet, ontdekt op sommige plaatsen tedere bloesems van gele viooltjes. Specialisten herkennen onmiddellijk de botanische zeldzaamheid. Alleen hier rond Kelmis en Moresnet en in de nabijheid van Stolberg vindt de overlevenskunstenaar het galmeiviooltje de ideale voedingsbodem: grond verontreinigd door zware metalen afkomstig van de galmei-ertswinning.
De omgeving van Kelmis, zuid-west van Aachen, en van Stolberg, zuid-oost van Aachen,
wordt gekenmerkt door een geologische bijzonderheid: hier aan de rand van de Eifel komen zandsteen, leisteen en kalksteen uit het Devoon, meer dan 400 miljoen jaar oud, te voorschijn. Zij zijn rijk aan lood-, zink- en ijzererts. Vooral de “Altenberg” bij Kelmis was geologisch ongewoon omdat hij bijna volledig uit galmei, zinkerts, bestond.

Reeds in de middeleeuwen werd op de “Altenberg” galmei-erts gewonnen. Door de bwerking van het zinkhoudend erts samen met koper ontstond messing: de basis voor een uitgebreide metaalverwerking in de streek van Aachen. Tot op het einde van de 17de eeuw werd het erts in dagbouw gewonnen in gans Europa en zelfs naar Rusland uitgevoerd. Sinds de 18de eeuw boorden zich de mijnwerkers meer en meer een weg in het inwendige van de “Altenberg”. Reusachtige steenheuvels, rijk aan zware metalen, ontstonden: de hedendaagse biotoop van het zinkviooltje.
In 1815 werd het gebied door de verdragen van Wenen opgedeeld tussen Nederland en Pruisen. Maar een kleine driehoek, waarin Kelmis met de “Altenberg” lag, bleef een twistpunt tussen de grootmachten o.a. wegens de geologische “schat”. Dus bleef het meer dan 100 jaar lang als “Neutraal Gebied van Moresnet” behouden tot aan het Verdrag van Versailles in 1919.
Sedert 1951 wordt rond Kelmis geen galmei meer gewonnen en ook de “Altenberg” is verregaand afgebouwd. Maar de herinnering blijft. Het Geuldalmuseum in Kelmis illustreert in de permanente tentoonstelling de moeizame werkomstandigheden waaronder de mijnwerkers het erts naar boven brachten. Ook de traditierijke politieke geschiedenis wordt wordt uiteengezet. Zo zijn er zeldzame tentoonstellingsvoorwerpen uit de “neutrale periode” van de streek te zien b.v. zelf geslagen munten en eigen postzegels. Geologisch geïnteresseerde bezoekers kunnen zich op talrijke mineralen uit de streek verheugen. Wisselende tentoonstellingen, diavoordrachten en uitstappen in de omgeving vervolledigen het museumsprogramma. De ster hierbij blijft echter de specialist en overlevingskunstenaar
Het galmeiviooltje (zinkviooltje).