Laatste Nieuws:
15.05.13
ERIH Annual Conference 2013 - Save the date - Call for papers now open
ERIH Annual Conference 2013 – Back in the Ruhr
Subject: “Measuring the benefits of industrial...
21.02.13
Call for papers: Rust, Regeneration and Romance: Iron and Steel Landscapes and Cultures
International Conference Announcement and Call for Papers from the Ironbridge International...
12.06.12
Jaarlijkse ERIH conferentie - Registratie is nu geopend
De ERIH Conferentie 2012 en het 5e HollandRoute Forum vindt plaats van 12 tot 14 September 2012 in...
Het object
De grootste zoutmijn van Duitsland ligt in Beieren, in Bad Reichenhall aan de Oostenrijkse grens, 16 km ten zuidwesten van Salzburg. Het eerste bericht over zoutwinning in dit gebied stamt uit het jaar 682 n.Chr. In het midden van de 15e eeuw maakte men al gebruik van een door waterkracht aangedreven emmerlift om brijn naar boven te halen.
In 1834 werden de bovengrondse bouwwerken verwoest door een brand maar deze werden tussen 1844 en 1851 op instigatie van Koning Ludwig van Beieren weer opgebouwd rond drie binnenplaatsen. De Beierse zoutindustrie werd na de Eerste Wereldoorlog gerationaliseerd; er werd een nieuwe fabriek op circa 2 km afstand van de oude installaties in Bad Reichenhall opgericht. Stroom werd geleverd door een speciaal hiervoor gebouwde hydro-elektrische krachtcentrale in Jettenbach.
De 19e-eeuwse fabriek lokt ongeveer 400.000 bezoekers per jaar. Interessant zijn de twee bovenslagsraderen, elk met een doorsnede van 13 m, die op een marmeren voetstuk staan, en die de pompen in een van de hoofdschachten aandrijven. Een derde rad, dat zich 15 m onder de grond bevindt, drijft een 103 m lange stang aan, met behulp waarvan brijn vanuit een andere bron naar boven wordt gepompt.
In 1834 werden de bovengrondse bouwwerken verwoest door een brand maar deze werden tussen 1844 en 1851 op instigatie van Koning Ludwig van Beieren weer opgebouwd rond drie binnenplaatsen. De Beierse zoutindustrie werd na de Eerste Wereldoorlog gerationaliseerd; er werd een nieuwe fabriek op circa 2 km afstand van de oude installaties in Bad Reichenhall opgericht. Stroom werd geleverd door een speciaal hiervoor gebouwde hydro-elektrische krachtcentrale in Jettenbach.
De 19e-eeuwse fabriek lokt ongeveer 400.000 bezoekers per jaar. Interessant zijn de twee bovenslagsraderen, elk met een doorsnede van 13 m, die op een marmeren voetstuk staan, en die de pompen in een van de hoofdschachten aandrijven. Een derde rad, dat zich 15 m onder de grond bevindt, drijft een 103 m lange stang aan, met behulp waarvan brijn vanuit een andere bron naar boven wordt gepompt.
