Gottlieb
Daimler
(1834 - 1900)
Gottlieb Daimler was een van de opmerkelijke pioniers der motorenindustrie. Hij werd geboren in Schorndorf, Baden-Würtemberg, en studeerde aan de Technische Hogeschool van Stuttgart. Daarna ging hij op reis om nog meer te weten te komen over machines. Hij werkte mee aan de gasmotor van J. J. Lenoir in Parijs, deed ervaring op in een locomotieffabriek in Straatsburg en in de fabriek van Joseph Whitworth (1802-1887) in Manchester.
In 1872 werd hij technisch-directeur van de Deutz- AG-Gasmotorenfabrik in Keulen, waar op grote schaal stationaire motoren werden gebouwd. De fabriek was voor de helft in het bezit van Nikoloaus Otto (1832-1891). In dit bedrijf werkte hij, net als in vele andere, nauw samen met Wilhelm Maybach (1846-1929) die hij voor het eerst had ontmoet toen hij in een charitatieve inrichting, het Brüderhaus in Reutlingen, werkte waar Maybach woonde.
Na een ruzie verliet Daimler in 1880 Otto en begon in 1882 samen met Maybach een werkplaats in Cannstatt, Stuttgart, waar ze kleine, hogesnelheidsmotoren maakten. Daimler en Maybach produceerden in 1885 de machine die algemeen wordt beschouwd als het prototype van alle benzinemotoren. In hetzelfde jaar creëerden ze de eerste carburateur. Daimler maakte een motor aan een fiets vast en bouwde zo de eerste motorfiets in 1885 en in het jaar daarop maakte hij een van hun motoren aan een rijtuig vast. Zijn eerste echte auto verscheen in 1889. In het volgende jaar richtte hij met de hulp van bankiers de Daimler-Motoren-Gesellschaft (DMG) op. Echter, er ontstonden meningsverschillen met de financiers en Maybach, die geen plaats in het bestuur had gekregen, verliet daarop het bedrijf.
In 1894 ontwierpen Daimler, zijn zoon Paul en Maybach een motor, genaamd "De Phoenix" die door DMG was gebouwd. Het bedrijf bleef instabiel maar een Engelsman, Frederick Simmons kocht het recht om de Phoenix te bouwen en om de naam Daimler in Groot-Brittannië te gaan gebruiken op voorwaarde dat Gottlieb Daimler weer voor het bedrijf ging werken. De problemen met de bestuursleden duurden voort tot aan de dood van Daimler in 1900. Echter, zijn vaste overtuiging dat het bedrijf zich primair moest toeleggen op de grootschalige productie van auto`s werd achteraf gestaafd door het succes in de 20e eeuw. In 1926 fuseerde het bedrijf met Benz & Cie.