Laatste Nieuws:
15.05.13
ERIH Annual Conference 2013 - Save the date - Call for papers now open
ERIH Annual Conference 2013 – Back in the Ruhr
Subject: “Measuring the benefits of industrial...
21.02.13
Call for papers: Rust, Regeneration and Romance: Iron and Steel Landscapes and Cultures
International Conference Announcement and Call for Papers from the Ironbridge International...
12.06.12
Jaarlijkse ERIH conferentie - Registratie is nu geopend
De ERIH Conferentie 2012 en het 5e HollandRoute Forum vindt plaats van 12 tot 14 September 2012 in...

Frank
Pick
(1878 - 1941)
Frank Pick was de manager die creërde wat waarschijnlijk het beste urbane reizigersvervoernetwerk in de eerste helft van de 19e eeuw is geweest.
Als zoon van een congregationalistische manufacturier studeerde hij rechten aan de Universiteit van Londen en kwam daarna in 1902 in dienst van de North Eastern Railway als managementtrainee. Hij ging zich specialiseren in statistiek en volgde in 1906 zijn bedrijfsleider naar Londen naar de Underground Electric Railways Co., waar hij in 1912 commercieel directeur werd en in 1928 directeur. Toen in 1933 in de hoofdstad de verschillende bus-, tram-, en metrobedrijven tot London Passenger Transport Board werden samengevoegd, werd Pick de vice-voorzitter van de raad van bestuur en CEO.
Pick was verantwoordelijk voor veel van de karakteristieke kenmerken van het leven in Londen. Hij introduceerde de plaatsnaambordjes op de bussen en betonnen halten met borden met vertrektijden. Bij de metro was hij verantwoordelijk voor de eerste liften, voor de wetenschappelijk ontworpen bordjes die de voetgangers die uit de treinen stapten de weg wezen, die de liften en trappen aanduidden, de zitplaatsen met stationsnamen en de bordjes met de stationsnamen op de perronmuren. In 1928 voerde hij een automatische kaartenmachine in die op muntjes werkte en zelfs wisselgeld gaf.
Hij gaf met veel enthousiasme opdrachten voor posters aan toonaangevende kunstenaars en attractieve maar robuuste stoffen bij de beste textieldesigners. In 1913-1916 ontwierp Edward Johnson (1872-1944) voor hem het lettertype dat nog steeds door de Londense metro wordt gebruikt. Johnson ontwierp tevens in 1918 het rode symbool voor de Londense metro (Underground). In 1933 gaf Pick Harry Beck (1903-1974) opdracht om de bekende diagrammatische kaart van de metro te ontwerpen die op een elektrisch circuit baseert.
Pick werd geïnspireerd door zijn reizen naar Duitsland, Nederland en Scandinavië. De fotografische collectie in de Universiteit van Reading van de Council for the Protection of Rural England (Raad voor de bescherming van het platteland van Engeland) omvat verscheidene kiekjes van zijn hand van het openbaar vervoer in Düsseldorf en Amsterdam – goede voorbeelden voor de vormgeving ervan volgens hem.
Hij adviseerde de overheden in verscheidene Europese steden, zoals Moskau, met betrekking tot de ontwikkeling van hun openbaar vervoer. Zijn duurzaamste monumenten in Londen zijn de metrostations die hij door de architect Charles Holden (1875-1969) had laten aanleggen waarvan er vele waren geïnspireerd door het werk van de Nederlander Willem Marinus Dudok (1884-1974) dat beide mannen tijdens hun reizen hadden gezien. De opmerkelijkste stations van Holden ontstonden langs de westelijke en noordelijke uitlopers van de Piccadilly Line, zoals Hangar Lane, Arnos Grove, Boston Manor en Southgate, waarvan van de laatste nog veel gedetailleerde kenmerken bewaard zijn gebleven.
De laatste grote opgave van Pick was de organisatie van de treinen die de kinderen uit Londen naar de provincies evacueerden na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de oorlog werd hij gerekruteerd voor het ministerie voor inlichtingen, het Ministry of Information, maar aan zijn carrière kwam voortijdig een einde door zijn overlijden.
Pick kreeg allerlei onderscheidingen toegekend die hij afwees – ter nagedachtenis aan hem is er slechts een simpele blauwe gedenkplaat op het huis waar hij woonde in de Wildwood Road nummer 16, Golders Green. In 1942 noemde Sir Nikolaus Pevsner hem de ‘the greatest patron of arts whom this century has so far produced in England, and, indeed, the ideal patron of our age’. Pick was een van de meest bekwame en verlichte managers van de openbare sector die Europa heeft gekend.
Als zoon van een congregationalistische manufacturier studeerde hij rechten aan de Universiteit van Londen en kwam daarna in 1902 in dienst van de North Eastern Railway als managementtrainee. Hij ging zich specialiseren in statistiek en volgde in 1906 zijn bedrijfsleider naar Londen naar de Underground Electric Railways Co., waar hij in 1912 commercieel directeur werd en in 1928 directeur. Toen in 1933 in de hoofdstad de verschillende bus-, tram-, en metrobedrijven tot London Passenger Transport Board werden samengevoegd, werd Pick de vice-voorzitter van de raad van bestuur en CEO.
Pick was verantwoordelijk voor veel van de karakteristieke kenmerken van het leven in Londen. Hij introduceerde de plaatsnaambordjes op de bussen en betonnen halten met borden met vertrektijden. Bij de metro was hij verantwoordelijk voor de eerste liften, voor de wetenschappelijk ontworpen bordjes die de voetgangers die uit de treinen stapten de weg wezen, die de liften en trappen aanduidden, de zitplaatsen met stationsnamen en de bordjes met de stationsnamen op de perronmuren. In 1928 voerde hij een automatische kaartenmachine in die op muntjes werkte en zelfs wisselgeld gaf.
Hij gaf met veel enthousiasme opdrachten voor posters aan toonaangevende kunstenaars en attractieve maar robuuste stoffen bij de beste textieldesigners. In 1913-1916 ontwierp Edward Johnson (1872-1944) voor hem het lettertype dat nog steeds door de Londense metro wordt gebruikt. Johnson ontwierp tevens in 1918 het rode symbool voor de Londense metro (Underground). In 1933 gaf Pick Harry Beck (1903-1974) opdracht om de bekende diagrammatische kaart van de metro te ontwerpen die op een elektrisch circuit baseert.
Pick werd geïnspireerd door zijn reizen naar Duitsland, Nederland en Scandinavië. De fotografische collectie in de Universiteit van Reading van de Council for the Protection of Rural England (Raad voor de bescherming van het platteland van Engeland) omvat verscheidene kiekjes van zijn hand van het openbaar vervoer in Düsseldorf en Amsterdam – goede voorbeelden voor de vormgeving ervan volgens hem.
Hij adviseerde de overheden in verscheidene Europese steden, zoals Moskau, met betrekking tot de ontwikkeling van hun openbaar vervoer. Zijn duurzaamste monumenten in Londen zijn de metrostations die hij door de architect Charles Holden (1875-1969) had laten aanleggen waarvan er vele waren geïnspireerd door het werk van de Nederlander Willem Marinus Dudok (1884-1974) dat beide mannen tijdens hun reizen hadden gezien. De opmerkelijkste stations van Holden ontstonden langs de westelijke en noordelijke uitlopers van de Piccadilly Line, zoals Hangar Lane, Arnos Grove, Boston Manor en Southgate, waarvan van de laatste nog veel gedetailleerde kenmerken bewaard zijn gebleven.
De laatste grote opgave van Pick was de organisatie van de treinen die de kinderen uit Londen naar de provincies evacueerden na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de oorlog werd hij gerekruteerd voor het ministerie voor inlichtingen, het Ministry of Information, maar aan zijn carrière kwam voortijdig een einde door zijn overlijden.
Pick kreeg allerlei onderscheidingen toegekend die hij afwees – ter nagedachtenis aan hem is er slechts een simpele blauwe gedenkplaat op het huis waar hij woonde in de Wildwood Road nummer 16, Golders Green. In 1942 noemde Sir Nikolaus Pevsner hem de ‘the greatest patron of arts whom this century has so far produced in England, and, indeed, the ideal patron of our age’. Pick was een van de meest bekwame en verlichte managers van de openbare sector die Europa heeft gekend.
