Laatste Nieuws:
15.05.13
ERIH Annual Conference 2013 - Save the date - Call for papers now open
ERIH Annual Conference 2013 – Back in the Ruhr
Subject: “Measuring the benefits of industrial...
21.02.13
Call for papers: Rust, Regeneration and Romance: Iron and Steel Landscapes and Cultures
International Conference Announcement and Call for Papers from the Ironbridge International...
12.06.12
Jaarlijkse ERIH conferentie - Registratie is nu geopend
De ERIH Conferentie 2012 en het 5e HollandRoute Forum vindt plaats van 12 tot 14 September 2012 in...

Sir William George
Armstrong
(1810 - 1900)
William Armstrong was de belangrijkste vernieuwer op het gebied van hydraulische aandrijving. Tijdens zijn leven was men deze gaan gebruiken voor kranen, sluisdeuren in havens, liften, goederenliften, draai-inrichtingen en windassen in remises en ophaalbruggen. In steden als Manchester, Antwerpen en Hamburg werden hydraulische krachtsystemen ingezet voor nutsbedrijven. In de 21e eeuw worden veel vernuftige mechanische machinesystemen hydraulisch aangedreven.
Armstrong werd in Newcastle-upon-Tyne geboren als zoon van een graanhandelaar. Hij was al vroeg ge?nteresseerd in machines, volgde echter een opleiding tot jurist. Nadat zijn interesse was gewekt door een waterrad tijdens zijn vakantie in Yorkshire in 1835, begon hij met experimenteren. In 1845 demonstreerde hij een hydraulische kraan waarvoor hij in het jaar daarop patent aanvroeg. Hij richtte een vennootschap op: W. G. Armstrong & Co. Dit bedrijf begon in 1847 in een fabriek in Elswick, ten westen van Newcastle, met de productie van hydraulische machines. Tot de eerste producten behoorden sluizen voor de dokken in Liverpool, ondergrondse machines voor de kolenmijnen en machines voor loodmijnen en textielfabrieken in County Durham.
In 1850-1851 vond hij de hydraulische accumulator uit. Tijdens de Krimoorlog raakte hij betrokken bij de productie van wapens, mijnen voor de Royal Navy en veldkanonnen voor het leger en hij richtte naast de hydraulische fabriek in Elswick een munitiefabriek op. In 1868 begon hij coöperatie met een scheepsbouwer, Charles Mitchell uit Walker-on-Tyne, wat de aanzet vormde voor zijn engagement voor een project voor een nieuwe, hydraulisch aangedreven draaibrug over de rivier de Tyne. Deze brug werd in 1876 ingewijd en verving de oude Tyne Bridge die een obstakel was gaan vormen voor de scheepvaart. Zijn bedrijf fuseerde met dat van Mitchell in 1882 en ze begonnen een werf voor oorlogsschepen in Elswick. Toen zijn arbeiders in 1871 staakten, nam hij een strijdlustige houding aan. In de loop van de tijd liet hij steeds meer dagelijkse bedrijfsadministratie over aan zijn managers. Hij was voor het laatst in Elswick tijdens een bezoek van de koning van Siam in 1892. Zijn bewapeningsbedrijf fuseerde in 1897 met dat van Sir Joseph Whitworth (1803-1887).
Armstrong was, als privé persoon, een pionier wat betreft de toepassing van elektrische kracht. In 1863 begon hij met de ontwikkeling van een landgoed in Gragside, op het platteland van Northumberland, waar de architect Richard Norman Shaw (1831-1912) tussen 1869 en 1885 een indrukwekkend herenhuis neerzette. Vanaf 1878 had het elektrische verlichting. Een deel van de krachtcentrale is bewaard gebleven, net als de fittingen in het huis, gemaakt door Francis Lea (1866-1940) uit Shrewsbury. Armstrongs eerste experimentele hydraulische machine wordt in het Museum voor wetenschap en industrie in Newcastle tentoongesteld.
Armstrong werd in Newcastle-upon-Tyne geboren als zoon van een graanhandelaar. Hij was al vroeg ge?nteresseerd in machines, volgde echter een opleiding tot jurist. Nadat zijn interesse was gewekt door een waterrad tijdens zijn vakantie in Yorkshire in 1835, begon hij met experimenteren. In 1845 demonstreerde hij een hydraulische kraan waarvoor hij in het jaar daarop patent aanvroeg. Hij richtte een vennootschap op: W. G. Armstrong & Co. Dit bedrijf begon in 1847 in een fabriek in Elswick, ten westen van Newcastle, met de productie van hydraulische machines. Tot de eerste producten behoorden sluizen voor de dokken in Liverpool, ondergrondse machines voor de kolenmijnen en machines voor loodmijnen en textielfabrieken in County Durham.
In 1850-1851 vond hij de hydraulische accumulator uit. Tijdens de Krimoorlog raakte hij betrokken bij de productie van wapens, mijnen voor de Royal Navy en veldkanonnen voor het leger en hij richtte naast de hydraulische fabriek in Elswick een munitiefabriek op. In 1868 begon hij coöperatie met een scheepsbouwer, Charles Mitchell uit Walker-on-Tyne, wat de aanzet vormde voor zijn engagement voor een project voor een nieuwe, hydraulisch aangedreven draaibrug over de rivier de Tyne. Deze brug werd in 1876 ingewijd en verving de oude Tyne Bridge die een obstakel was gaan vormen voor de scheepvaart. Zijn bedrijf fuseerde met dat van Mitchell in 1882 en ze begonnen een werf voor oorlogsschepen in Elswick. Toen zijn arbeiders in 1871 staakten, nam hij een strijdlustige houding aan. In de loop van de tijd liet hij steeds meer dagelijkse bedrijfsadministratie over aan zijn managers. Hij was voor het laatst in Elswick tijdens een bezoek van de koning van Siam in 1892. Zijn bewapeningsbedrijf fuseerde in 1897 met dat van Sir Joseph Whitworth (1803-1887).
Armstrong was, als privé persoon, een pionier wat betreft de toepassing van elektrische kracht. In 1863 begon hij met de ontwikkeling van een landgoed in Gragside, op het platteland van Northumberland, waar de architect Richard Norman Shaw (1831-1912) tussen 1869 en 1885 een indrukwekkend herenhuis neerzette. Vanaf 1878 had het elektrische verlichting. Een deel van de krachtcentrale is bewaard gebleven, net als de fittingen in het huis, gemaakt door Francis Lea (1866-1940) uit Shrewsbury. Armstrongs eerste experimentele hydraulische machine wordt in het Museum voor wetenschap en industrie in Newcastle tentoongesteld.
