Laatste Nieuws:
15.05.13
ERIH Annual Conference 2013 - Save the date - Call for papers now open
ERIH Annual Conference 2013 – Back in the Ruhr
Subject: “Measuring the benefits of industrial...
21.02.13
Call for papers: Rust, Regeneration and Romance: Iron and Steel Landscapes and Cultures
International Conference Announcement and Call for Papers from the Ironbridge International...
12.06.12
Jaarlijkse ERIH conferentie - Registratie is nu geopend
De ERIH Conferentie 2012 en het 5e HollandRoute Forum vindt plaats van 12 tot 14 September 2012 in...

Reinhard
Mannesmann
(1856 - 1922)
Reinhard Mannesmann was lid van een familie met diepe wortels in de ijzerbewerkende tradities in de streek ‚das Bergische Land’. Hij vond een serie technologische vernieuwingen uit waardoor hij een bedrijf kon oprichten dat belangen in heel Europa, en zelfs ver daarbuiten, zou verwerven.
Hij was de oudste van zes zoons en zijn vader produceerde stalen vijlen en had werkplaatsen in Remscheid-Bliedinghausen. In 1885 ontwierp Reinhard samen met zijn broer Max een walserij die naadloze stalen buizen kon produceren. Voor deze procedure verwierven ze in 1888 een patent. Ze verfijnden de procedure nog verder tot de pilgerwalsfabriek van 1891. Ze gebruikten een drevel om een gloeiend hete stalen cilinder te doorboren terwijl deze een serie walsen passeerde. De resulterende buis moest daarna nog door andere walsen heen om de vereiste diameter te verkrijgen. Deze procedure reduceerde op ingrijpende wijze de kosten van de productie van stalen buizen, die veel werden gebruikt voor het maken van fietsen en voor de eerste onder druk werkende oliepijplijn, die in de jaren 1890 in het Kaukasisch Gebergte werd aangelegd.
Het bedrijf Mannesmann voegde aan de oorspronkelijke fabriek in Remscheid een fabriek voor naadloze buizen in Bous in het Saarland toe, een fabriek voor zowel naadloze als gelaste buizen in Düsseldorf-Rath, een fabriek in het Habsburgse Rijk in Komatau in Bohemen voor de leveringen aan Oost-Europa, Rusland en het Middelllandse Zeegebied, en een fabriek in Landore vlakbij Swansea die voor de leveringen aan Groot-Brittannië, het Britse Rijk en Noord-Amerika moest gaan zorgen. De fabrieken maakten deel uit van de Deutsch-Österreichische Mannesmannroehren-Werke Aktiengesellschaft die in 1890 was opgericht en die oorspronkelijk in Berlijn was gevestigd maar vanaf 1893 in Düsseldorf. Het bedrijf richtte in 1906 in Milaan een Italiaanse dochteronderneming op die in 1908 de buizenfabriek in Dalmine vlakbij Bergamo oprichtte. In 1906 nam men het bedrijf Saarbrücker Gussstahlwerk AG, de voormalige toeleverancier van staal voor de fabriek in Bous, over.
Reinhard Mannesmann overleed in 1922. Echter, het bedrijf bleef in het bezit van de familie en integreerde verticaal, in opwaartse richting door de aanwinst van een staalfabriek in Duisburg-Huckingen en neerwaarts door een buizensysteemfabriek in Bitterfeld en het ingenieursconcern Gebrüder Meer uit Mönchengladbach over te nemen. Het bedrijf werd volgens de regelingen na de Tweede Wereldoorlog opgesplitst in drie delen maar de delen werden na drie jaar weer samengevoegd. Er werden nieuwe technologieën voor het maken van buizen van roestvrijstaal en nikkelstaal ontwikkeld en de buizen producerende tak van het bedrijf Thyssen werd in 1970 overgenomen, een jaar nadat de kolenmijnen van Mannesmann deel waren gaan uitmaken van de Ruhrkohle AG.
Vanaf 1990 ging Mannesmann zich toeleggen op de telecommunicatie waardoor het bedrijf in 1999-2000 doelwit werd van een vijandig en controversieel bod tot overname door het Britse bedrijf Vodafone.
De traditionele staal- en ingenieursactiviteiten van Mannesmann worden voortgezet door de Brüder Mannesmann Aktiengesellschaft met een vestiging in Remscheid en de Salzgitter Mannesmann International AG met een hoofdkantoor in Düsseldorf.
Hij was de oudste van zes zoons en zijn vader produceerde stalen vijlen en had werkplaatsen in Remscheid-Bliedinghausen. In 1885 ontwierp Reinhard samen met zijn broer Max een walserij die naadloze stalen buizen kon produceren. Voor deze procedure verwierven ze in 1888 een patent. Ze verfijnden de procedure nog verder tot de pilgerwalsfabriek van 1891. Ze gebruikten een drevel om een gloeiend hete stalen cilinder te doorboren terwijl deze een serie walsen passeerde. De resulterende buis moest daarna nog door andere walsen heen om de vereiste diameter te verkrijgen. Deze procedure reduceerde op ingrijpende wijze de kosten van de productie van stalen buizen, die veel werden gebruikt voor het maken van fietsen en voor de eerste onder druk werkende oliepijplijn, die in de jaren 1890 in het Kaukasisch Gebergte werd aangelegd.
Het bedrijf Mannesmann voegde aan de oorspronkelijke fabriek in Remscheid een fabriek voor naadloze buizen in Bous in het Saarland toe, een fabriek voor zowel naadloze als gelaste buizen in Düsseldorf-Rath, een fabriek in het Habsburgse Rijk in Komatau in Bohemen voor de leveringen aan Oost-Europa, Rusland en het Middelllandse Zeegebied, en een fabriek in Landore vlakbij Swansea die voor de leveringen aan Groot-Brittannië, het Britse Rijk en Noord-Amerika moest gaan zorgen. De fabrieken maakten deel uit van de Deutsch-Österreichische Mannesmannroehren-Werke Aktiengesellschaft die in 1890 was opgericht en die oorspronkelijk in Berlijn was gevestigd maar vanaf 1893 in Düsseldorf. Het bedrijf richtte in 1906 in Milaan een Italiaanse dochteronderneming op die in 1908 de buizenfabriek in Dalmine vlakbij Bergamo oprichtte. In 1906 nam men het bedrijf Saarbrücker Gussstahlwerk AG, de voormalige toeleverancier van staal voor de fabriek in Bous, over.
Reinhard Mannesmann overleed in 1922. Echter, het bedrijf bleef in het bezit van de familie en integreerde verticaal, in opwaartse richting door de aanwinst van een staalfabriek in Duisburg-Huckingen en neerwaarts door een buizensysteemfabriek in Bitterfeld en het ingenieursconcern Gebrüder Meer uit Mönchengladbach over te nemen. Het bedrijf werd volgens de regelingen na de Tweede Wereldoorlog opgesplitst in drie delen maar de delen werden na drie jaar weer samengevoegd. Er werden nieuwe technologieën voor het maken van buizen van roestvrijstaal en nikkelstaal ontwikkeld en de buizen producerende tak van het bedrijf Thyssen werd in 1970 overgenomen, een jaar nadat de kolenmijnen van Mannesmann deel waren gaan uitmaken van de Ruhrkohle AG.
Vanaf 1990 ging Mannesmann zich toeleggen op de telecommunicatie waardoor het bedrijf in 1999-2000 doelwit werd van een vijandig en controversieel bod tot overname door het Britse bedrijf Vodafone.
De traditionele staal- en ingenieursactiviteiten van Mannesmann worden voortgezet door de Brüder Mannesmann Aktiengesellschaft met een vestiging in Remscheid en de Salzgitter Mannesmann International AG met een hoofdkantoor in Düsseldorf.
