Laatste Nieuws:
15.05.13
ERIH Annual Conference 2013 - Save the date - Call for papers now open
ERIH Annual Conference 2013 – Back in the Ruhr
Subject: “Measuring the benefits of industrial...
21.02.13
Call for papers: Rust, Regeneration and Romance: Iron and Steel Landscapes and Cultures
International Conference Announcement and Call for Papers from the Ironbridge International...
12.06.12
Jaarlijkse ERIH conferentie - Registratie is nu geopend
De ERIH Conferentie 2012 en het 5e HollandRoute Forum vindt plaats van 12 tot 14 September 2012 in...

Alfred Berhard
Nobel
(1833 - 96)
Alfred Nobel werd in Zweden geboren maar verhuisde met zijn gezin in 1842 naar Rusland waar zijn vader als werktuigbouwkundig ingenieur in een staatsfabriek in Sint-Petersburg kwam te werken. In het begin van de jaren 1850 studeerde Nobel en deed ervaring op in Frankrijk, Italië, Duitsland en de Verenigde Staten.
Hij begon in 1859-1860 met de ontwikkeling van nitroglycerine nadat dit als eerste in 1846 door Ascanio Sobrero (1812-1888) in Turijn was ontwikkeld. De substantie werd gemaakt door zuivere glycerine met een mengsel van geconcentreerde stikstof- en zwavelzuren te behandelen. Nobel verwierf in 1863 zijn eerste patent. Echter, nitroglycerine bleek instabiel totdat hij in de stof in 1866 met kiezelgoer combineerde en zo dynamiet maakte. In 1865 had hij het principe van de ontsteker ontdekt door knalkwik te gebruiken. Tijdens de jaren 1870 ontwikkelde hij explosieve gelatine, waarbij hij nitrocellulose in nitroglycerine incorporeerde. Zijn vierde belangrijke uitvinding van ‘rookloos kruit’, dat vanaf 1889 als Ballistite werd geproduceerd en dat gebruikt kon worden als voortstuwingsmiddel voor geweren en in verschillende vormen dan ook in elke oorlog in de 20e eeuw werd gebruikt.
Vanaf het midden van de jaren 1860 begon Nobel met het oprichten van een multinationaal bedrijf, met fabrieken in Krümmel, vlakbij Hamburg, die in 1865 werden geopend, in Hurum in Noorwegen in hetzelfde jaar, in Schotland waarvoor het grondstuk in Ardeer in 1871 werd gekocht, in de Verenigde Staten in 1866, in Sevran, 16 km ten noordoosten van Parijs, in 1870, en in Zwitserland en Italië. Nobels fabrieken stimuleerden de groei van weer andere chemische fabrieken doordat de technologie die voor hoogexplosieve stoffen aangepast kon worden voor bijvoorbeeld de productei van synthetische vezels en verfstoffen.
Zeven gebouwen van de fabriek van Nobel uit 1875 zijn bewaard gebleven als museum in Hurum in Noorwegen. Zijn laboratorium en villa die hij in zijn laatste levensjaren gebruikte, staan nog in Karlskroga in Zweden. Bovendien zijn er herdenkingsstenen op de meeste standplaatsen van zijn andere fabrieken.
Het grootste deel van de erfenis van Nobels fortuin kwam ten goede aan de Nobelprijzen.
Hij begon in 1859-1860 met de ontwikkeling van nitroglycerine nadat dit als eerste in 1846 door Ascanio Sobrero (1812-1888) in Turijn was ontwikkeld. De substantie werd gemaakt door zuivere glycerine met een mengsel van geconcentreerde stikstof- en zwavelzuren te behandelen. Nobel verwierf in 1863 zijn eerste patent. Echter, nitroglycerine bleek instabiel totdat hij in de stof in 1866 met kiezelgoer combineerde en zo dynamiet maakte. In 1865 had hij het principe van de ontsteker ontdekt door knalkwik te gebruiken. Tijdens de jaren 1870 ontwikkelde hij explosieve gelatine, waarbij hij nitrocellulose in nitroglycerine incorporeerde. Zijn vierde belangrijke uitvinding van ‘rookloos kruit’, dat vanaf 1889 als Ballistite werd geproduceerd en dat gebruikt kon worden als voortstuwingsmiddel voor geweren en in verschillende vormen dan ook in elke oorlog in de 20e eeuw werd gebruikt.
Vanaf het midden van de jaren 1860 begon Nobel met het oprichten van een multinationaal bedrijf, met fabrieken in Krümmel, vlakbij Hamburg, die in 1865 werden geopend, in Hurum in Noorwegen in hetzelfde jaar, in Schotland waarvoor het grondstuk in Ardeer in 1871 werd gekocht, in de Verenigde Staten in 1866, in Sevran, 16 km ten noordoosten van Parijs, in 1870, en in Zwitserland en Italië. Nobels fabrieken stimuleerden de groei van weer andere chemische fabrieken doordat de technologie die voor hoogexplosieve stoffen aangepast kon worden voor bijvoorbeeld de productei van synthetische vezels en verfstoffen.
Zeven gebouwen van de fabriek van Nobel uit 1875 zijn bewaard gebleven als museum in Hurum in Noorwegen. Zijn laboratorium en villa die hij in zijn laatste levensjaren gebruikte, staan nog in Karlskroga in Zweden. Bovendien zijn er herdenkingsstenen op de meeste standplaatsen van zijn andere fabrieken.
Het grootste deel van de erfenis van Nobels fortuin kwam ten goede aan de Nobelprijzen.
