Laatste Nieuws:
15.05.13
ERIH Annual Conference 2013 - Save the date - Call for papers now open
ERIH Annual Conference 2013 – Back in the Ruhr
Subject: “Measuring the benefits of industrial...
21.02.13
Call for papers: Rust, Regeneration and Romance: Iron and Steel Landscapes and Cultures
International Conference Announcement and Call for Papers from the Ironbridge International...
12.06.12
Jaarlijkse ERIH conferentie - Registratie is nu geopend
De ERIH Conferentie 2012 en het 5e HollandRoute Forum vindt plaats van 12 tot 14 September 2012 in...

Sir Richard
Arkwright
(1732 - 92)
Sir Richard Arkwright hervormde de katoenindustrie in heel Europa. Hij werd in Preston geboren, volgde een opleiding tot kapper, ging voor een pruikenmaker in Bolton-le-Moors werken, een plaats waar textielarbeiders groeiende hoeveelheden katoenen stoffen produceerden. Arkwright wilde graag de spinmachines verbeteren.
Hij verhuisde in 1768 naar Nottingham waar hij een associatie oprichtte om een spinmachine te ontwikkelen met walsen die met verschillende snelheden draaiden: waterframe genaamd.
In 1769 huurde hij een locatie in de stad voor een met paardenkracht aangedreven fabriek, hoewel deze waarschijnlijk pas in 1772 in bedrijf ging. Vanaf 1770 knoopte hij financiële banden aan met Jedediah Struth (1726-1797) en Samuel Need.
Op 1 augustus 1771 huurde hij een terrein in Cromford waar hij een met waterkracht aangedreven spinfabriek van vijf verdiepingen liet neerzetten die in heel Europa opzien baarde en waarvan hij 20 % van de aandelen bezat. Deze fabriek, de Cromford Mill, die waarschijnlijk in 1774 in werking werd gesteld, werd aangedreven door de Bonsall Brook, een zijrivier van de rivier de Derwent. De fabriek werd uitgebreid en in 1780 kocht Arkwright land voor nog een fabriekscomplex dat door de Derwent zelf zou worden aangedreven. Mason Mill, zoals deze fabriek later werd genoemd, was gebouwd met bakstenen, dit in tegenstelling tot de simpele plaatselijke stenen van de Cromford Mill, en met Venetiaanse en Diocletiaanse ramen en een koepeltje met een bel, en zag eruit als een herenhuis op het platteland. Arkwright bouwde rijtjeshuizen voor zijn textielarbeiders rond het groepje cottages voor de loodmijnwerkers dat tot dan toe het plaatsje Cromford vormde. Hij liet een marktplein aanleggen, een herberg en een kerk.
Tijdens de jaren 1770 kocht hij zijn partners uit een kocht aandelen in katoenfabrieken in Bakewell, Wirksworth, Rocester, Chorley en Manchester en in New Lanark. Zijn patenten voor de waterframe en bijbehorende kaardmachines werden aangevochten en hij verloor ze in 1785. De originaliteit van zijn innovaties blijft een punt van discussie maar er is geen twijfel over mogelijk dat hij voor het eerst de productie van katoendraad op een fabriekswijze organiseerde, waarbij hij een volgorde van kaard- en spinmachines gebruikte die door waterkracht werden aangedreven en later door stoomkracht.
Zijn methodes werden in Duitsland door Johann Brügelmann ingevoerd en in de USA door Samuel Slater (1768-1835) die een tijdje in Cromford had gewerkt. Ook in Frankrijk en Bohemen deden ze nog voor 1790 hun intrede.
Arkwright deed ook mee aan de aanleg van het kanaal dat Cromford op het binnenlandse vaarwegennet aansloot. Hij ging ook om met de intellectuelen van de Industriële Revolutie zoals Erasmus Darwin, James Watt en Samuel Moore.
Hij verhuisde in 1768 naar Nottingham waar hij een associatie oprichtte om een spinmachine te ontwikkelen met walsen die met verschillende snelheden draaiden: waterframe genaamd.
In 1769 huurde hij een locatie in de stad voor een met paardenkracht aangedreven fabriek, hoewel deze waarschijnlijk pas in 1772 in bedrijf ging. Vanaf 1770 knoopte hij financiële banden aan met Jedediah Struth (1726-1797) en Samuel Need.
Op 1 augustus 1771 huurde hij een terrein in Cromford waar hij een met waterkracht aangedreven spinfabriek van vijf verdiepingen liet neerzetten die in heel Europa opzien baarde en waarvan hij 20 % van de aandelen bezat. Deze fabriek, de Cromford Mill, die waarschijnlijk in 1774 in werking werd gesteld, werd aangedreven door de Bonsall Brook, een zijrivier van de rivier de Derwent. De fabriek werd uitgebreid en in 1780 kocht Arkwright land voor nog een fabriekscomplex dat door de Derwent zelf zou worden aangedreven. Mason Mill, zoals deze fabriek later werd genoemd, was gebouwd met bakstenen, dit in tegenstelling tot de simpele plaatselijke stenen van de Cromford Mill, en met Venetiaanse en Diocletiaanse ramen en een koepeltje met een bel, en zag eruit als een herenhuis op het platteland. Arkwright bouwde rijtjeshuizen voor zijn textielarbeiders rond het groepje cottages voor de loodmijnwerkers dat tot dan toe het plaatsje Cromford vormde. Hij liet een marktplein aanleggen, een herberg en een kerk.
Tijdens de jaren 1770 kocht hij zijn partners uit een kocht aandelen in katoenfabrieken in Bakewell, Wirksworth, Rocester, Chorley en Manchester en in New Lanark. Zijn patenten voor de waterframe en bijbehorende kaardmachines werden aangevochten en hij verloor ze in 1785. De originaliteit van zijn innovaties blijft een punt van discussie maar er is geen twijfel over mogelijk dat hij voor het eerst de productie van katoendraad op een fabriekswijze organiseerde, waarbij hij een volgorde van kaard- en spinmachines gebruikte die door waterkracht werden aangedreven en later door stoomkracht.
Zijn methodes werden in Duitsland door Johann Brügelmann ingevoerd en in de USA door Samuel Slater (1768-1835) die een tijdje in Cromford had gewerkt. Ook in Frankrijk en Bohemen deden ze nog voor 1790 hun intrede.
Arkwright deed ook mee aan de aanleg van het kanaal dat Cromford op het binnenlandse vaarwegennet aansloot. Hij ging ook om met de intellectuelen van de Industriële Revolutie zoals Erasmus Darwin, James Watt en Samuel Moore.
